ECLI:NL:RBALK:2012:BX0887
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor woninginbraak ondanks betwisting rechtmatigheid aanhouding
Verdachte werd primair verweten samen met een ander een woninginbraak te hebben gepleegd in Bergen op 6 maart 2012. Subsidiair werd hem heling van de gestolen goederen ten laste gelegd. Verdachte maakte tijdens de terechtzitting gebruik van zijn zwijgrecht en betwistte de rechtmatigheid van zijn aanhouding, stellende dat er geen redelijk vermoeden van schuld was en dat het bewijs na aanhouding niet gebruikt mocht worden.
De rechtbank oordeelde dat de aanhouding rechtmatig was, gelet op het opgegeven signalement, de nabijheid van de plaats delict, het hevig zweten van verdachte en zijn gedrag bij staandehouding. Hierdoor kon het bewijs, waaronder de inhoud van een aangetroffen rugtas met gestolen goederen, worden gebruikt. Verklaringen van een medeverdachte en getuigen ondersteunden de bewezenverklaring.
De rechtbank verklaarde verdachte wettig en overtuigend schuldig aan woninginbraak gepleegd door middel van braak en inklimming, samen met een ander. Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier maanden, lager dan de eis van vijf maanden vanwege de gedateerde recidive. Een voorwaardelijk strafdeel werd niet opgelegd wegens ontbreken van adviezen en proceshouding.
De straf houdt rekening met de materiële en immateriële schade voor het slachtoffer en de maatschappelijke impact van woninginbraken. Verdachte heeft een problematische achtergrond met verslavingsproblemen en schulden, maar toonde weinig motivatie voor behandeling. De uitspraak werd op 3 juli 2012 uitgesproken door de rechtbank Alkmaar.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf voor woninginbraak gepleegd samen met een ander.