ECLI:NL:RBALK:2012:BX1790
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring bezwaarschrift tegen DNA-afname bij veroordeling valsheid in geschrift
Veroordeelde is door de politierechter veroordeeld wegens opzettelijk gebruik van vals of vervalst geschrift. Op grond van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden werd celmateriaal afgenomen voor DNA-profielbepaling. Veroordeelde maakte bezwaar omdat DNA-onderzoek bij dit misdrijf geen bijdrage kan leveren aan opsporing en berechting, mede gezien het ontbreken van recidivegevaar.
De officier van justitie voerde aan dat de uitzonderingen in de Wet DNA beperkt moeten worden uitgelegd en dat DNA-onderzoek ook bij valsheid in geschrift nuttig kan zijn. De rechtbank overwoog dat het misdrijf naar zijn aard vergelijkbaar is met de in de wet genoemde uitzonderingen waarbij DNA-onderzoek niet relevant is.
De rechtbank oordeelde dat het bepalen en verwerken van het DNA-profiel niet van betekenis zal zijn voor voorkoming, opsporing, vervolging en berechting van strafbare feiten door veroordeelde. Daarom werd het bezwaar gegrond verklaard en werd de officier van justitie bevolen het afgenomen celmateriaal te vernietigen.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen DNA-afname wordt gegrond verklaard en het afgenomen celmateriaal wordt vernietigd.