ECLI:NL:RBALK:2012:BX2440
Rechtbank Alkmaar
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Opheffing beslaglegging op panden wegens onvoldoende bewijs van wederrechtelijk verkregen voordeel
In deze beklagprocedure ex artikel 552a Sv is het beslag op de panden aan de Achterdam 20-26 te Alkmaar aan de orde. De officier van justitie stelde dat er nieuwe feiten en omstandigheden waren die het herhaalde beslag op grond van artikel 94 Sv Pro rechtvaardigden, waaronder een eerdere uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak en verklaringen over de verkoop van goud.
Klaagster werd verdacht van (medeplegen van) (gewoonte)witwassen en het bezit van panden die mogelijk met crimineel geld waren gefinancierd. De officier van justitie vond het niet hoogst onwaarschijnlijk dat een latere rechter het beslag zou bevestigen of ontnemingsmaatregelen zou opleggen. Klaagster en haar raadsman voerden aan dat geen nieuwe feiten waren en dat het beslag onrechtmatig was.
De rechtbank oordeelde dat het dossier onvoldoende concrete aanwijzingen bevatte om de verdenking van witwassen te ondersteunen, dat de wetenschap van klaagster niet kon worden afgeleid uit die van haar partner, en dat de goudverkoop uit 2003 geen nieuw feit was dat herhaald beslag rechtvaardigde. Ook was onvoldoende gebleken dat de panden wederrechtelijk voordeel opleverden.
Daarom verklaarde de rechtbank het beklag gegrond en gelastte de opheffing van het beslag ex artikel 94 en Pro 94a Sv op de panden. De beschikking werd uitgesproken in openbare raadkamer op 24 juli 2012 door de meervoudige raadkamer van de rechtbank Alkmaar.
Uitkomst: Het klaagschrift wordt gegrond verklaard en het beslag op de panden wordt opgeheven wegens onvoldoende bewijs en onrechtmatigheid van herhaald beslag.