ECLI:NL:RBALK:2012:BX3172
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvang fictieve opzegtermijn bij beëindiging arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden
Eiser was sinds 6 januari 2003 werkzaam bij Hectas Stafdiensten BV en de arbeidsovereenkomst is per 1 december 2011 met wederzijds goedvinden beëindigd. De werkgever en eiser kwamen overeen dat de beëindiging schriftelijk was overeengekomen op 30 september 2011, bevestigd door een e-mail van de advocaat van de werkgever met een aangepaste vaststellingsovereenkomst als bijlage.
Verweerder stelde dat de fictieve opzegtermijn pas aanving na ondertekening van de vaststellingsovereenkomst op 24 november 2011, waardoor eiser geen recht had op WW-uitkering tot 1 februari 2012. Eiser betoogde dat de schriftelijke overeenstemming op 30 september 2011 was bereikt en verwees naar jurisprudentie.
De rechtbank oordeelde dat het schriftelijkheidsvereiste van artikel 16, derde lid, aanhef en onder c, van de WW niet vereist dat de overeenkomst ondertekend is, en dat een e-mail hieraan voldoet. Hierdoor begon de fictieve opzegtermijn op 30 september 2011 en niet op 24 november 2011. Het bestreden besluit werd vernietigd en verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen rekening houdend met deze uitspraak.
Daarnaast kende de rechtbank een proceskostenvergoeding van € 874 toe en vergoedde het griffierecht van € 42 aan eiser.
Uitkomst: De fictieve opzegtermijn begint op 30 september 2011, de datum van schriftelijke overeenstemming per e-mail, en het bestreden besluit wordt vernietigd.