ECLI:NL:RBALK:2012:BX4001
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.E.C. de Wit
- R.A. Kok
- H.E. van Erp - Van Harten
- Rechtspraak.nl
Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in vordering tenuitvoerlegging ISD-maatregel
De rechtbank Alkmaar behandelde op 2 augustus 2012 een vordering van het Openbaar Ministerie tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde ISD-maatregel van twee jaar. De maatregel was opgelegd met een proeftijd van twee jaar en bijzondere voorwaarden waaronder gedragsaanwijzingen van GGZ Palier Alkmaar en opname in een forensische verslavingskliniek.
Het Openbaar Ministerie had een vordering ingediend op grond van artikel 14g Sr, terwijl eerder op grond van artikel 14fa Sr een bevel tot voorlopige tenuitvoerlegging was gegeven door de rechter-commissaris. De rechtbank oordeelde dat artikel 14fa Sr alleen ziet op vrijheidsbenemende straffen en niet op maatregelen zoals de ISD-maatregel. Ook artikel 14g Sr ziet op straffen en niet op maatregelen.
De rechtbank stelde vast dat voor de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke ISD-maatregel artikel 38r Sr van toepassing is, welke een andere procedure voorschrijft. Omdat deze bepaling niet in de vordering was opgenomen, verklaarde de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk. Het bevel tot voorlopige tenuitvoerlegging werd opgeheven en de onmiddellijke invrijheidsstelling van de veroordeelde gelast.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel en de veroordeelde is onmiddellijk in vrijheid gesteld.