ECLI:NL:RBALK:2012:BX6175
Rechtbank Alkmaar
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Wijziging hoofdverblijfplaats jongste kind toegewezen in afwachting bodemprocedure
Partijen, voormalig echtelieden, zijn in geschil over de hoofdverblijfplaats van hun jongste zoon, [kind 4]. Na hun scheiding verbleef het kind aanvankelijk bij de moeder, maar na haar vertrek naar Saoedi-Arabië in 2011 bleef het kind bij de vader. De moeder keerde eind 2011 terug en verzocht de hoofdverblijfplaats te wijzigen naar haar. De vader verhuisde echter met het kind zonder toestemming naar Engeland.
De moeder startte een kort geding om te voorkomen dat het kind definitief naar Engeland zou verhuizen. De voorzieningenrechter verbood de verhuizing en legde dwangsommen op. De vader stelde verzet in tegen dit vonnis, omdat hij al was verhuisd en het goed ging met het kind in Engeland.
De rechtbank verklaarde het verzet gegrond, vernietigde het verstekvonnis en bepaalde dat het kind voorlopig bij de moeder verblijft totdat de bodemprocedure is afgerond. Tevens werd de vader veroordeeld tot medewerking aan het onderwijs van het kind in Nederland en werden gematigde dwangsommen opgelegd. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De verblijfplaats van het jongste kind wordt voorlopig bij de moeder vastgesteld totdat de bodemprocedure is afgerond.