ECLI:NL:RBALK:2012:BY2693

Rechtbank Alkmaar

Datum uitspraak
10 oktober 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
139612 - FA RK 12-625
Instantie
Rechtbank Alkmaar
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:4 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot wijziging voornaam wegens ernstige hinder en psychosomatische klachten

Verzoekster, geboren in 1939, vroeg in 2012 opnieuw om wijziging van haar voornaam vanwege toenemende hinder, vooral bij reizen naar landen met een Arabische cultuur, waar haar voornaam als ongebruikelijk en soms kwetsend werd ervaren. Dit leidde tot angst en vermijdingsgedrag, onderbouwd met een medische verklaring van haar huisarts die psychosomatische klachten bevestigde.

Het Openbaar Ministerie stelde dat eerder sprake was van ergernis en onvoldoende zwaarwegend belang, en verwees naar een eerdere afwijzing in 2006. Verzoekster en haar advocaat benadrukten echter de toegenomen hinder en de impact op haar gezondheid sinds die tijd, ondersteund door verklaringen van huisarts en echtgenoot.

De rechtbank overwoog dat de persoonlijke beleving en de ernstige gevolgen voor de gezondheid voldoende zwaarwegend belang vormen. Het maatschappelijke belang bij naamconsistentie weegt door de huidige administratieve systemen en het ontbreken van ongeschiktheid van de nieuwe naam onvoldoende zwaar. Daarom werd het verzoek toegewezen en de voornaam gewijzigd.

Uitkomst: Verzoek tot wijziging van de voornaam wordt toegewezen wegens ernstig persoonlijk belang en psychosomatische klachten.

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR
Sector civiel recht
SH
zaak- en rekestnummer: 139612 / FA RK 12-625
datum: 10 oktober 2012
Beschikking van de enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken
in de zaak van:
[NAAM VERZOEKSTER],
wonende te Heiloo,
verder ook te noemen verzoekster,
advocaat mr. C. de Bie-Koopman.
HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE
Ter griffie van deze rechtbank is op 8 augustus 2012 het verzoekschrift ingekomen.
Bij het verzoekschrift bevindt zich een gewaarmerkt afschrift van de in het register van geboorten van de gemeente Hollands Kroon met betrekking tot verzoekster voorkomende akte onder nummer 4 van het jaar 1939.
DE BEHANDELING VAN DE ZAAK
Verzoekster vraagt de rechtbank een wijziging van haar voornaam te gelasten. Zij heeft daartoe het volgende aangevoerd. Verzoekster heeft van jong af aan een hekel aan haar voornaam en heeft daarom in januari 1979 haar roepnaam veranderd in [naam 2]. In haar latere leven heeft zij daarnaast veel hinder van haar voornaam ondervonden. Verzoekster is voor het eerst in 1998 naar Turkije gereisd. Bij de paspoortcontrole kreeg zij problemen, omdat [naam 1] in Turkije een mannennaam is, en men dacht dat er iets niet klopte. Na veel gedoe mocht verzoekster uiteindelijk doorlopen. Ook nadien heeft verzoekster bij reizen naar Turkije vanwege haar voornaam problemen ondervonden. Verzoekster reist veel, en krijgt steeds verbaasde, hilarische of anderszins vervelende reacties bij de paspoortcontrole. Zij wordt om deze redenen steeds angstiger om te reizen, en durft ook niet meer naar het geboorteland van haar man (Indonesië) te reizen. De meest recente kwetsende ervaring die verzoekster heeft gehad was op een cruisereis in april/mei 2012. Op dit schip werkte veel Filippijns en Indonesisch personeel. In vrijwel dagelijkse confrontaties van het personeel met haar in hun ogen niet-passende naam [naam 1] op haar scheepspas, was zij voortdurend het mikpunt van spot en praatjes. Al met al vindt verzoekster de naam [naam 1] niet meer passen in de hedendaagse multiculturele samenleving, en voelt zij zich daardoor vaak onveilig. Verzoekster is inmiddels zo getraumatiseerd dat zij ook de naam [naam 3] niet officieel durft aan te nemen. [naam 3] is namelijk een Arabische vrouwelijke variant van [naam 1]. Verzoekster kiest daarom voor de naam [naam 4], de voornaam van de moeder van haar vader.
De Officier van Justitie heeft op 12 september 2012 geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek. Het Openbaar Ministerie (OM) stelt dat conform de wet voor toewijzing van verzoeken als de onderhavige sprake dient te zijn van een voldoende zwaarwegend belang, welke vraag in de wet of wetsgeschiedenis niet wordt beantwoord. Uit jurisprudentie van het Europees Hof voor de rechten van de Mens volgt dat steeds onderzocht dient te worden of er sprake is van een "fair balance" tussen de belangen van het individu en de belangen van de Staat (waaronder het belang dat het rechtsverkeer heeft bij een zo hoog mogelijke consistentie en/of van een betrouwbare registratie van persoonsgegevens in het bevolkingsregister). De Staat komt hiervoor een zekere mate van beoordelingsvrijheid toe. Bepalend bij de vraag of een weigering om een bepaalde voornaam toe te kennen een ongerechtvaardigde inmenging oplevert, is de mate van ongemak/overlast ("the degree of inconvience") die een betrokkene hiervan ondervindt. Daarbij dienen alle feiten en omstandigheden te worden meegewogen.
Het OM brengt verder naar voren dat deze rechtbank een eerder verzoek van verzoekster tot voornaamswijziging op 9 augustus 2006 heeft afgewezen wegens onvoldoende zwaarwegend belang. De rechtbank had geoordeeld dat de door verzoekster gestelde hinder een subjectieve beleving was, welke door verzoekster niet nader was onderbouwd met objectiveerbare informatie dan wel bewijsstukken.
Ten aanzien van het onderhavige verzoek is het OM van oordeel dat eerder gesproken zou kunnen worden van ergernis dan van enorme hinder. De door verzoekster gestelde hinder die zij ondervindt en/of ervaart van haar geregistreerde voornaam [naam 1] doet zich slechts incidenteel voor op een of meer momenten bij/tijdens vakantiereizen. De mate waarin verzoekster in het dagelijks leven psychisch/emotioneel lijdt en/of hinder ondervindt van haar geregistreerde voornaam is een persoonlijke beleving van verzoekster, welke niet is onderbouwd met objectieve informatie, zoals een medisch rapport.
In een reactie op de conclusie van het OM heeft mr. de Bie-Koopman namens verzoekster het volgende laten weten.
Het onderhavige verzoek betreft inderdaad een herhaald verzoek. Dat verzoekster na de eerdere procedure wederom ingrijpende voorvallen heeft meegemaakt, en nog steeds lijdt onder haar voornaam, heeft de Officier kennelijk geen rol laten spelen. In aanvulling op hetgeen door het OM omtrent de jurisprudentie in zaken als de onderhavige is aangevoerd, verwijst mr. De Bie-Koopman naar een uitspraak van het Hof Arnhem van 31 augustus 2012 (LJN BO1323) waarin staat dat het belang dat het rechtsverkeer heeft bij een zo hoog mogelijke mate van naamconsistentie, tegenwoordig in ieder geval geen rol meer mag spelen, gelet op de huidige inrichting van de publieke administratie die veelal werkt met het burgerservicenummer. De omstandigheden die verzoekster destijds in 2006 heeft geschetst, hebben zich nadien wederom veelvuldig voorgedaan, waardoor verzoekster in toenemende mate hinder is gaan ondervinden, en wel in zodanige mate dat verzoekster wederom een kostbare procedure is gestart om tot een wijziging van haar voornaam te komen. De door verzoekster ervaren pesterijen en kwetsingen zijn niet door middel van objectieve gegeven/bewijzen aan te tonen, reden waarom verzoekster een eigen verklaring met bijlagen aan de rechtbank heeft overgelegd. Verzoekster vraagt de rechtbank om mede op grond van persoonlijke (psychische) omstandigheden de verzochte voornaamswijziging toe te staan. Voor het geval de rechtbank van oordeel mocht zijn dat verzoekster na wijziging van haar voornaam niet meer zou zijn te identificeren voor familie en maatschappelijk verkeer, wordt (subsidiair) verzocht om het toevoegen van de letter 'e', waardoor haar voornaam komt te luiden '[naam 5]'.
Op 3 oktober 2012 zijn van de zijde van verzoekster nog een verklaring van haar huisarts en een verklaring van haar echtgenoot ingekomen. Uit de verklaring van de huisarts komt
naar voren dat verzoekster al jaren tobt met verschillende psychosomatische klachten. Deze lijken voort te komen uit ernstige spanningsklachten vanwege negatieve emoties en gedachten welke verzoekster ondervindt van haar voornaam en de problemen rondom haar naamswijziging. De huisarts is van mening dat verzoekster al meerdere jaren ernstige spanningsklachten heeft en vermijdingsgedrag is gaan vertonen, welke zowel haar geestelijke als lichamelijke gezondheid danig ondermijnen. Verwacht wordt dat deze zullen toenemen als verzoekster niet wordt toegestaan haar voornaam te wijzigen.
In de verklaring van de echtgenoot van verzoekster worden met name de ergernissen en hinder naar voren gebracht welke verzoekster en haar echtgenoot ondervinden vanwege de voornaam van verzoekster.
De rechtbank overweegt als volgt.
Verzoekster heeft in 1939 van haar ouders de voornaam [naam 1] gekregen. In de tijd dat verzoekster deze voornaam kreeg was [naam 1] een gangbare meisjesnaam in Nederland. De voornaam [naam 1] is van oorsprong ook een gangbare jongensnaam in de Arabische cultuur, waar deze is ontleend aan de naam van de neef van de profeet Mohammed.
Verzoekster heeft aangegeven van aanvang af moeite te hebben gehad met haar voornaam. Daarnaast heeft verzoekster, vanwege haar reizen naar landen met een van oorsprong Arabische cultuur, vanwege wijzigingen in onze samenleving sinds die tijd, we spreken over een tijdsbestek van zeven decennia waarin onder meer de multiculturele samenleving zich heeft gevormd en waarin sprake is van een toenemende globalisering, in toenemende mate last gehad van onprettige voorvallen, vanwege haar voornaam.
De rechtbank is van oordeel dat verzoekster voldoende duidelijk heeft gemaakt dat zij sinds de eerdere procedure in 2006 in toenemende mate hinder is gaan ondervinden van haar voornaam. Gelet op de door verzoekster geschetste persoonlijke beleving en de vastbeslotenheid van verzoekster bij haar verzoek acht de rechtbank de door verzoekster aangevoerde gronden en daarmee haar persoonlijk belang voldoende zwaarwichtig voor een wijziging van de voornaam. De rechtbank heeft hierbij met name de verklaring van de huisarts meegewogen waaruit volgt dat wijziging van de voornaam van verzoekster bij kan dragen aan verbetering van haar gezondheidsproblemen.
Het belang dat het rechtsverkeer heeft bij een zo hoog mogelijke mate van naamconsistentie, ook gelet op de huidige inrichting van de publieke administratie die veelal werkt met het burgerservicenummer, weegt hier onvoldoende tegen op. De door verzoekster gewenste voornaam is bovendien niet ongepast in de zin van artikel 1:4 lid 2 van Pro het Burgerlijk Wetboek en stemt evenmin overeen met een bestaande geslachtsnaam. De rechtbank zal het verzoek daarom toewijzen.
DE BESLISSING
De rechtbank:
Gelast de wijziging van de voornaam van [verzoekster], geboren in de Wieringermeer, thans gemeente Hollands Kroon, op [geboortedatum], zodat deze thans komt te luiden: [naam 4].
Deze beschikking is gegeven door mr. H.A. van den Berg, lid van gemelde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 oktober 2012, in tegenwoordigheid van de griffier.