ECLI:NL:RBALK:2012:BY3533
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen naamswijziging minderjarige kinderen ondanks bezwaren vader
De rechtbank Alkmaar behandelde het beroep van een vader tegen het besluit van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie om de geslachtsnaam van zijn minderjarige kinderen te wijzigen in de naam van hun moeder, ondanks zijn bezwaren. De kinderen waren op het moment van het verzoek ouder dan twaalf jaar en hadden zelfstandig ingestemd met de naamswijziging.
De rechtbank stelde vast dat aan de wettelijke verzorgingstermijn van drie jaar was voldaan en dat de kinderen, ook na kennisname van de bezwaren van de vader, hun instemming schriftelijk en tijdens een hoorzitting hadden bevestigd. Er waren geen aanwijzingen dat zij onder dwang hadden ingestemd of de gevolgen onvoldoende hadden begrepen.
De vader voerde meerdere bezwaren aan, waaronder onzorgvuldigheid in de besluitvorming, schending van zijn procesrechten en internationale verdragsbepalingen zoals het EVRM en IVRK. De rechtbank verwierp deze bezwaren, oordeelde dat het belang van de kinderen bij de naamswijziging zwaarder woog dan het belang van de vader bij het behoud van de oorspronkelijke achternaam, en dat het besluit niet onrechtmatig was genomen.
De rechtbank benadrukte dat geschillen over het ouderlijk gezag en omgang niet via deze bestuursrechtelijke procedure kunnen worden beslecht en dat de vader zich tot de burgerlijke rechter moet wenden voor dergelijke kwesties. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vader tegen de naamswijziging van zijn kinderen wordt ongegrond verklaard.