ECLI:NL:RBALK:2012:BY6492
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.J.P. Veenhof
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag na langdurige arbeidsongeschiktheid
Werknemer raakte door een ernstig privé-ongeval arbeidsongeschikt en was twee jaar ziek. Na toestemming van het UWV beëindigde de werkgever de arbeidsovereenkomst. Werknemer stelde dat de werkgever haar re-integratieverplichtingen niet was nagekomen, waaronder het niet aanvragen van een verkorte wachttijd bij het UWV en het ontbreken van aanvullende financiële voorzieningen buiten de CAO.
De rechtbank stelde vast dat de arbeidsongeschiktheid het gevolg was van een privé-ongeval en dat het UWV geen loonsanctie aan de werkgever had opgelegd, wat wijst op voldoende re-integratie-inspanningen. De werknemer had de mogelijkheid om bezwaar te maken tegen het UWV-besluit, maar deed dit niet. De werkgever had geen extra verplichtingen buiten de CAO-regelingen om de financiële gevolgen te compenseren.
Ook het verwijt dat de werkgever niet proactief had gewezen op de verkorte wachttijd werd verworpen, omdat de werknemer zelf verantwoordelijk was voor de aanvraag en was bijgestaan door een jurist. De vordering tot vergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag werd daarom afgewezen en de werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag wordt afgewezen en de werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten.