ECLI:NL:RBALK:2012:BY6555

Rechtbank Alkmaar

Datum uitspraak
23 oktober 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
407938 WM VERZ 12-64
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gegrondverklaring beroep wegens onjuiste informatie over termijn overschrijding bij parkeerboete

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd voor parkeren in strijd met een parkeerverbod op 23 april 2011. Betrokkene stelde beroep in tegen deze sanctie, waarbij zij aanvoerde dat de parkeerplaats onduidelijk was gemarkeerd en dat de beschikking niet binnen de wettelijke termijn van vier maanden was ontvangen.

De officier van justitie bevestigde dat de sanctie terecht was opgelegd, maar erkende tevens dat de informatie op de website van het OM over de gevolgen van het overschrijden van de beslistermijn juridisch onjuist en misleidend was. De website suggereerde dat bij overschrijding van de termijn het beroep waarschijnlijk gegrond zou worden verklaard en de sanctie niet betaald hoefde te worden.

De kantonrechter oordeelde dat de officier van justitie de door hemzelf gewekte verwachting op de website ook moest waarmaken, omdat geen feiten of omstandigheden waren aangevoerd die dit zouden rechtvaardigen. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de bestreden beslissing vernietigd en werd de zekerheidstelling van € 76,00 aan betrokkene terugbetaald.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de opgelegde sanctie wordt vernietigd met terugbetaling van de zekerheidstelling.

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR
Sector Kanton - locatie Hoorn
Zaaknr.: 407938 WM VERZ 12-64 LT
Uitspraakdatum: 23 oktober 2012
Beschikking op een beroep ex artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften.
In de zaak van:
[betrokkene]
hierna te noemen: betrokkene.
Het verloop van de procedure:
1. Aan betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd (CJIB-nummer [nummer]). Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard bij beslissing van 20 februari 2012. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
2. De zaak is behandeld ter zitting van 23 oktober 2012. De officier van justitie en [A] en [B] zijn namens betrokkene verschenen en hebben hun zienswijze toegelicht. De kantonrechter heeft ter zitting mondeling uitspraak gedaan.
Overwegingen:
3. De administratieve sanctie is aan betrokkene opgelegd ter zake van “parkeren in strijd met een parkeerverbod/parkeerverbodszone (bord E1)” op 23 april 2011 met het voertuig met het kenteken [nummer] op de [adres].
4. Betrokkene is het niet eens met de opgelegde sanctie en met de beslissing van de officier van justitie. Daartoe voert betrokkene aan dat zij een sanctie opgelegd heeft gekregen voor: “verbod stil te staan.” Het parkeerterrein is er onduidelijk ingedeeld. Betrokkene stond niet geparkeerd op een plaats waar het was verboden te parkeren. Er zijn witte lijnen aangebracht het voertuig van betrokkene bevond zich op de laatste plaats naast de inham. Ook is de beschikking niet binnen vier maanden aan betrokkene bekend gemaakt. Daarnaast heeft de officier van justitie de verlening van de beslistermijn te laat bekend gemaakt en is de beslissing van de officier van justitie volstrekt onbegrijpelijk. Betrokkene heeft het aanvullend proces-verbaal ontvangen en geeft aan dat er diverse varianten van parkeervakken aanwezig zijn op dit parkeerterrein. Op de plaats waar betrokkene heeft geparkeerd reed er net een voertuig weg. Het had er alle schijn van dat dit dus ook een parkeervak was. Deze plaats leek namelijk op de overige plaatsen waar men wel mag parkeren. Ter zitting wordt nog vermeld dat er inmiddels kruizen in de vakken zijn aangebracht. Kennelijk was de situatie toch onduidelijk, aldus betrokkene.
5. Met betrekking tot de termijn van 4 maanden wordt namens betrokkene aangevoerd dat er op de website www.om.nl een test gedaan kan worden. Als men dan aanvinkt dat je de beschikking na 4 maanden hebt ontvangen, dan is de conclusie dat beroep instellen zin heeft.
6. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de sanctie terecht is opgelegd. Daarnaast bevestigt de officier van justitie ter zitting dat de informatie, waar betrokkene naar verwijst, op de website staat en dat dit juridisch gezien onjuist en kwalijk is. De officier van justitie stelt zich wel op het standpunt dat hieraan geen consequenties verbonden dienen te worden.
7. De kantonrechter zal het beroep gegrond verklaren. Op zich is juist het standpunt van de officier van justitie dat aan overschrijding van de genoemde termijn van 4 maanden geen sancties zijn verbonden. Gebleken is echter dat op de website van het openbaar ministerie over de overschrijding van die termijn staat vermeld: “als de beschikking later dan 4 maanden na de pleegdatum op de mat valt (…) en er geen sprake is van bijzondere omstandigheden, dan zal de Officier van Justitie het beroep waarschijnlijk gegrond verklaren en hoeft u de sanctie niet te betalen.” Aldus heeft de officier van justitie zelf de suggestie gewekt dat er wel gevolgen zijn verbonden aan het overschrijden van de termijn van 4 maanden. Onder die omstandigheden had de officier van justitie die verwachting ook dienen waar te maken. Feiten en of omstandigheden waarom dat niet zou hoeven zijn gesteld noch gebleken.
8. De zekerheidstelling ad € 76,00 behoort derhalve te worden gerestitueerd.
De beslissing:
De kantonrechter:
-verklaart het beroep gegrond;
-vernietigt de bestreden beslissing;
-draagt de officier van justitie op het bedrag van de zekerheidstelling terug te betalen.
Deze beslissing is gegeven door mr. J.H. Gisolf, kantonrechter, bijgestaan door de griffier en op 23 oktober 2012 in het openbaar uitgesproken.