ECLI:NL:RBALK:2012:BY6871
Rechtbank Alkmaar
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toewijzing geldvordering vader tegen dochter met betalingsregeling in kort geding
In deze kortgedingzaak vordert een vader van zijn dochter terugbetaling van een renteloze lening van €115.000, waarvan €15.000 werd verrekend, zodat €100.000 resteert. De leningsovereenkomst bevatte geen vaste rente- of aflossingsverplichtingen, maar gaf de schuldeiser het recht tot opeising bij niet-naleving of faillissement.
De dochter betwistte de opeisbaarheid van de lening en stelde dat terugbetaling pas bij verkoop van appartementen zou plaatsvinden, een mondelinge afspraak die door de vader werd ontkend. Ook voerde zij aan dat de vader onvoldoende spoedeisend belang had en dat hij haar de verkoop van haar woonhuis belette.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het bestaan en de omvang van de vordering vaststaan en dat de vader voldoende spoedeisend belang heeft vanwege liquiditeitsproblemen en medische kosten. De mondelinge afspraak werd onvoldoende onderbouwd door de dochter. De lening is op grond van redelijkheid en billijkheid te allen tijde opeisbaar, maar terugbetaling dient in redelijke termijnen plaats te vinden.
De rechter veroordeelde de dochter tot betaling van €100.000 in maximaal zes termijnen van twee maanden of drie termijnen van vier maanden, met wettelijke rente over de termijnen, en compenseerde de proceskosten. De gevorderde buitengerechtelijke kosten werden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van gemaakte kosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot terugbetaling van €100.000 met een redelijke betalingsregeling.