ECLI:NL:RBALM:1999:AA1043
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Stoové
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken opzet tot belediging homoseksuele groep
Op 22 november 1999 sprak de politierechter van de arrondissementsrechtbank Almelo verdachte vrij van het ten laste gelegde feit van opzettelijke belediging van een groep mensen wegens hun homoseksuele gerichtheid. Verdachte had een ingezonden brief aan de Twentsche Courant Tubantia gestuurd waarin hij uiting gaf aan zijn religieuze opvattingen over homoseksualiteit en andere zonden.
De verdediging voerde aan dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk moest worden verklaard wegens schending van het gelijkheidsbeginsel, omdat de krant en haar medewerkers niet werden vervolgd. De politierechter verwierp dit verweer en stelde dat het eigen karakter van elk strafbaar feit en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte bepalend zijn voor vervolging.
De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat verdachte het opzet had gehad om een groep mensen te beledigen. Verdachte ontkende dit en gaf aan slechts te willen waarschuwen voor zonde in het algemeen. De gebruikte woorden werden niet als opzettelijk beledigend aangemerkt, ook al voelden sommige personen zich gekwetst.
De uitspraak benadrukt het belang van vrijheid van meningsuiting, ook wanneer uitingen kwetsend of politiek incorrect zijn, zolang de grens van opzettelijke belediging niet wordt overschreden.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van opzet tot belediging van een groep mensen vanwege hun homoseksuele gerichtheid.