Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBALM:1999:AA1044

Rechtbank Almelo

Datum uitspraak
19 mei 1999
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
99/4 R
Instantie
Rechtbank Almelo
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • A.R. van der Winkel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 295 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging wettelijke schuldsanering na faillissement met vaststelling kosten

De rechtbank Almelo heeft bij vonnis van 19 mei 1999 de wettelijke schuldsanering van de schuldenares voortgezet en vastgesteld dat deze op kortere termijn dan de reguliere drie jaar kan eindigen. Dit omdat zij tijdens haar faillissement reeds aanzienlijke inspanningen heeft geleverd door vrijwillig een bedrag van f. 10.000,00 aan de faillissementsboedel te onttrekken ten behoeve van haar schuldeisers.

Tijdens de verificatievergadering van 19 maart 1999 zijn de vorderingen geverifieerd en het saneringsplan besproken. De rechtbank oordeelde dat de schuldenares niet tekortgeschoten is in haar verplichtingen en zelfs ruimschoots heeft voldaan aan haar inspanningsplicht jegens haar schuldeisers.

De toepassing van de schuldsanering zal van rechtswege eindigen zodra de slotuitdelingslijst verbindend is geworden, waarna onvoldane vorderingen niet langer afdwingbaar zijn. Tevens heeft de rechtbank het salaris van de bewindvoerder vastgesteld op f. 200,= exclusief omzetbelasting en de publicatiekosten op f. 937,23, beide ten laste van de schuldenares.

De reguliere duur van de schuldsanering is drie jaar, maar gezien de omstandigheden en de ontvangen bijstandsuitkering van de schuldenares acht de rechtbank een kortere termijn passend. De schuldenares wordt geacht gedurende drie jaar een bedrag van f. 2.115,00 te sparen ten behoeve van haar schuldeisers.

Uitkomst: De rechtbank stelt het saneringsplan vast, beëindigt de schuldsanering op kortere termijn dan drie jaar en legt de kosten van bewindvoerder en publicatie ten laste van de schuldenares.

Uitspraak

beëindiging schuldsanering
insolventienummer: 99/4 R
uitspraakdatum: 19 mei 1999
ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE ALMELO
ENKELVOUDIGE KAMER
Bij vonnis van deze rechtbank en kamer van 13 januari 1999 is het (op 7 augustus 1996 uitgesproken) faillissement van hierna genoemde [schuldenares] beëindigd en gelijktijdig de definitieve toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:
[Schuldenares]
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
wonende te [woonadres],
Op 19 maart 1999 is ten overstaan van de rechter-commissaris in deze schuldsanering een verificatievergadering gehouden. Tijdens die vergadering zijn de ingediende vorderingen geveri-fieerd en is het door [schuldenares], voornoemd, ingediende ont-werp sanerinsplan besproken.
Bij vonnis van 31 maart 1999 heeft de rechtbank bepaald dat de schuldsanering wordt voortgezet, het saneringsplan vastge-steld en bepaald dat de termijn gedurende welke de toepassing van de schuldsanering van kracht is wordt vastgesteld op 18 weken te rekenen vanaf de uitspraak tot toepassing van de schuldsane-ringsregeling, derhalve tot 19 mei 1999.
De reguliere duur van de toepassing van een wettelijke schuld-sanering is drie jaren. Gelet op de omstandigheid dat
[schuldenares] een inkomen ingevolge de Algemene Bijstandswet ontvangt kan van haar, gelet op het bepaalde in artikel 295 Fw Pro verwacht worden dat zij gedurende drie jaar f. 2.115,00 spaart ten behoeve van haar gezamenlijke schuldeisers.
Direct voorafgaand aan deze schuldsanering heeft [schuldena-res] echter (sedert 7 augustus 1996) in staat van faillisse-ment verkeerd. Ook gedurende haar faillissement was zij aange-wezen op een uitkering ingevolge de Algemene Bijstandwet. Gedurende dat faillissement heeft zij al, geheel vrijwillig, van deze inkomsten in totaal f. 10.000,00 in de faillisse-mentsboedel gelaten ten behoeve van haar gezamenlijke schuld-eisers.
De rechtbank is van oordeel dat de inspanningen die de schul-denares ten behoeve van haar schuldeisers heeft verricht in afwachting van de invoering en toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling, dienen te worden meegewogen bij de beoordeling van de aansluitend uitgesproken toepassing van de wettelijke schuldsanering. Gelet op het voorafgaande is de rechtbank van oordeel dat de schuldenares niet in de nakoming van één of meer uit de schuldsanering voortvloeiende verplich-tingen is tekort geschoten en zelfs ruimschoots heeft voldaan aan haar uit de wet voortvloeiende inspanningsplicht jegens haar gezamenlijke schuldeisers om boedelactief te verwerven.
Daarom dient de toepassing van deze schuldsanering op kortere termijn dan de reguliere drie jaar te eindigen. Deze toepas-sing van de schuldsanering zal van rechtswege zijn beëindigd zodra de slotuitdelingslijst verbindend is geworden. Door die beëindiging is een vordering ten aanzien waarvan de schuldsa-nering werkt, voorzover deze onvoldaan is gebleven, niet langer afdwingbaar, onverschillig of de schuldeiser in de schuldsanering is opgekomen en onverschillig of de vordering is geverifieerd.
De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.
BESLISSING
De rechtbank:
-stelt vast dat de schuldenaar:
niet in de nakoming van één of meer uit de schuldsanering voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten;
-stelt het bedrag van het salaris van de bewindvoerder vast op f 200,= (exclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting) en brengt dat bedrag ten laste van de schuldenares;
-stelt het bedrag van de publicatiekosten vast op
f. 937,23 en brengt dat bedrag ten laste van de schulde-na-res;
Gewezen door mr A.R. VAN DER WINKEL, lid van genoem-de kamer, en uitgesproken ter open-bare terechtzitting van 19 mei 1999 in tegenwoordigheid van de griffier.