ECLI:NL:RBALM:1999:AF0039
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.H.C.V. Breitbarth
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing faillissement en toepassing schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw
Verzoeker heeft een verzoekschrift ingediend tot opheffing van het op 17 juni 1998 uitgesproken faillissement, met gelijktijdige toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank heeft dit verzoek behandeld op 15 december 1998 en geoordeeld dat het verzoek tijdig was ingediend.
De rechtbank stelde vast dat verzoeker geen baan heeft en afhankelijk is van een aanvullende uitkering. Verzoeker gaf aan geen arbeid onder zijn niveau te willen verrichten, hetgeen de rechtbank beoordeelde als een houding die de nakoming van verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling in gevaar brengt. Daarnaast bleek uit het faillissementsdossier en verklaringen dat verzoeker niet te goeder trouw was bij het ontstaan van ten minste één schuld, namelijk het niet betalen van een verzekeringspremie terwijl hij onverzekerd reed, wat leidde tot een aanzienlijke schuld.
Gezien deze omstandigheden concludeerde de rechtbank dat er gegronde vrees bestaat dat verzoeker zijn verplichtingen niet naar behoren zal nakomen. Daarom wees de rechtbank het verzoek tot opheffing van het faillissement en toepassing van de schuldsaneringsregeling af.
Uitkomst: Verzoek tot opheffing van het faillissement en toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende nakoming van verplichtingen.