ECLI:NL:RBALM:1999:AF0040
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van der Winkel
- Rechtspraak.nl
Verlening van surséance van betaling aan echtpaar in gemeenschap van goederen waarbij één partner ondernemer is
Verzoekers, een echtpaar gehuwd in algehele gemeenschap van goederen, hebben verzocht om surséance van betaling. De man, X1, is ondernemer met een eenmanszaak, terwijl de vrouw, X2, in loondienst werkt. Volgens artikel 213 lid 2 Faillissementswet Pro wordt surséance van betaling niet verleend aan natuurlijke personen zonder zelfstandig beroep of bedrijf.
De rechtbank overweegt dat indien aan de vrouw geen surséance wordt verleend, zij primair aangewezen is op de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen of faillissement. Dit zou leiden tot liquidatie van de gezamenlijke activa, waaronder de onderneming van de man, hetgeen het doel van surséance van betaling zou doorkruisen.
Daarom wordt artikel 213 lid 2 Fw Pro zo uitgelegd dat ook de vrouw als natuurlijke persoon die een beroep of bedrijf uitoefent kan worden beschouwd in dit kader. De rechtbank verleent daarom aan beiden surséance van betaling, benoemt een rechter-commissaris en bewindvoerder, en bepaalt een zitting voor definitieve verlening.
Uitkomst: De rechtbank verleent voorlopige surséance van betaling aan beiden, ook aan de niet-ondernemende echtgenoot.