ECLI:NL:RBALM:2000:AA4882
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- Stoové
- Inden
- Rademaker
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter-commissaris wegens vermeende partijdigheid
De rechtbank Almelo behandelde een wrakingsverzoek ex artikel 513 Sv Pro. gericht tegen de rechter-commissaris mr. Melaard, die belast was met de behandeling van strafzaken betreffende de verdachte. Het verzoek betrof de beëdiging van getuigen voorafgaand aan hun verhoor, waarbij werd gesteld dat dit onrechtmatig was en de schijn van partijdigheid wekte.
De rechtbank overwoog dat de beëdiging van getuigen op 28 januari 2000 plaatsvond vóór de inwerkingtreding van het nieuwe vierde lid van artikel 216 Sv Pro., dat beëdiging in verband met betrouwbaarheid toestaat. De beëdiging was derhalve niet rechtstreeks op de wet gegrond. Desondanks oordeelde de rechtbank dat dit handelen niet leidde tot een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.
De rechter-commissaris werd gezien als een onderzoeksrechter die belast is met waarheidsvinding en die zonder onderscheid alle getuigen onder ede heeft gehoord. Er was geen bewijs dat er onwenselijke druk op getuigen was uitgeoefend of dat de verdachte in zijn belangen was geschaad. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen.
De beschikking werd op 10 februari 2000 gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Almelo, bestaande uit voorzitter Stoové en rechters Inden en Rademaker.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.