ECLI:NL:RBALM:2000:AA7220
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.G. de Jong
- A.E.M. Effting-Zeguers
- J.G.J. Roelvink
- Rechtspraak.nl
Rechtbank vernietigt besluit over fictieve opzegtermijn bij WW-uitkering
Eiseres werkte als taxichauffeur en haar arbeidsovereenkomst werd ontbonden op grond van gewichtige redenen. Na ontbinding verzocht zij om een WW-uitkering met ingang van 1 maart 1999, maar verweerder stelde dat de uitkering pas per 1 april 1999 kon ingaan vanwege de fictieve opzegtermijn die tot het einde van de maand loopt.
De rechtbank overwoog dat de wettelijke regeling in artikel 16 van Pro de WW en artikel 7:672 BW Pro de fictieve opzegtermijn bepaalt aan de hand van de duur van de opzegtermijn, maar niet de dag waarop moet worden opgezegd (de aanzegdag) moet betrekken. De rechtbank vond dat de uitleg van verweerder, die de termijn verlengde tot het einde van de maand, niet strookt met de wetstekst en de wetsgeschiedenis.
De rechtbank oordeelde dat het besluit van verweerder om de fictieve opzegtermijn tot 31 maart 1999 te laten lopen en de WW-uitkering pas per 1 april 1999 toe te kennen, niet in stand kan blijven. Verweerder werd veroordeeld het besluit te herzien en de proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het besluit van verweerder over de fictieve opzegtermijn wordt vernietigd en verweerder dient een nieuw besluit te nemen.