ECLI:NL:RBALM:2000:AA8781
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling dagloonberekening bij WAO-uitkering ondanks betwisting provisie
Eiseres, voormalig verkoopster, ontving een WAO-uitkering met een vastgesteld dagloon van ¦ 225,16, later geïndexeerd naar ¦ 235,05. Zij betwistte de hoogte van de provisie die haar werkgever had opgegeven voor de berekening van het dagloon, omdat zij meent recht te hebben op een hogere provisie volgens een eerdere, door haar ondertekende regeling. De werkgever baseerde zich echter op latere, minder gunstige provisieregelingen die eiseres niet had geaccepteerd.
De rechtbank overweegt dat volgens de Algemene Dagloonregelen WAO ook het rechtens geldende loon, voor zover niet genoten, tot het loon behoort. Echter, de Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat indien de betrokkene de lagere loonbetaling heeft geaccepteerd en geen civiele procedure heeft gestart, de uitkeringsinstantie mag uitgaan van de daadwerkelijk uitbetaalde bedragen.
Eiseres heeft geen civiele procedure aangespannen en heeft de lagere provisie geaccepteerd. De rechtbank oordeelt dat het in dit geval in het midden kan blijven of zij recht had op een hogere provisie. De beslissing van verweerder om het dagloon op basis van de daadwerkelijk ontvangen provisie te handhaven, kan daarom in stand blijven. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het dagloon wordt gehandhaafd op basis van daadwerkelijk ontvangen loon.