ECLI:NL:RBALM:2001:AB0570
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.J. Jue
- Rechtspraak.nl
Strijd met rechtszekerheid door onduidelijke verbeurdverklaring dwangsom bij gebruik garage als kappersbedrijf
Eiseres had een vergunningverzoek ingediend voor verbouw van een garage tot kapsalon, welke vergunning werd geweigerd wegens strijd met het bestemmingsplan. Verweerder legde bij besluit van 7 februari 2000 een last onder dwangsom op om het gebruik van de garage als kappersbedrijf binnen acht weken te beëindigen, met een dwangsom van 200 gulden per dag na die termijn.
Verweerder verklaarde het bezwaar van eiseres tegen dit besluit ongegrond bij besluit van 14 juni 2000, met de toezegging dat de inning van de dwangsom pas zou plaatsvinden na onherroepelijke beslissing op het bezwaar. De rechtbank oordeelt echter dat deze uitleg niet uit de besluiten blijkt en dat de wijze van uitvoering strijdig is met het rechtszekerheidsbeginsel.
De rechtbank stelt dat eiseres uit het besluit van 7 februari 2000 niet kon afleiden dat de dwangsom pas na afloop van de termijn van acht weken zou ingaan, noch dat uit het besluit op bezwaar blijkt dat de dwangsom pas na onherroepelijkheid van dat besluit verbeurd zou zijn. Hierdoor kan het bestreden besluit niet in stand blijven.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, veroordeelt verweerder in de proceskosten en bepaalt dat het griffierecht aan eiseres wordt vergoed. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt gegrond verklaard en het besluit van 14 juni 2000 wordt vernietigd wegens strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.