ECLI:NL:RBALM:2001:AB0886
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- Stoové
- Koopmans
- Roelvink
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot zes jaar gevangenisstraf voor ernstige zedenmisdrijven jegens jonge kinderen
De rechtbank Almelo heeft op 5 april 2001 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte, die zich schuldig heeft gemaakt aan ernstige zedenmisdrijven, waaronder verkrachtingen, gepleegd op jonge kinderen in de gemeente Enschede in de periode 1996-1999. De feiten betroffen medeplegen van verkrachting en het plegen van seksuele handelingen met kinderen onder de twaalf jaar, waarbij sprake was van geweld, bedreiging en misbruik van geestelijk en lichamelijk overwicht.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte sub 1 primair, sub 3 primair, sub 4 primair en sub 7 primair de tenlastegelegde feiten heeft begaan. Andere tenlastegelegde feiten werden niet bewezen verklaard. De bewijsvoering berustte op verklaringen van slachtoffers, deskundigenrapporten en andere wettige bewijsmiddelen. De rechtbank nam tevens een psychiatrisch rapport van het Pieter Baan Centrum mee, waaruit bleek dat verdachte in verminderde mate toerekeningsvatbaar was.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van zes jaar, waarbij de tijd in voorlopige hechtenis in mindering wordt gebracht. Tevens werden civiele schadevergoedingen toegewezen aan drie benadeelde partijen, met een totaalbedrag van enkele duizenden guldens per slachtoffer. De dagvaarding voor een deel van de feiten werd nietig verklaard wegens onvoldoende concretisering. Diverse vorderingen van andere benadeelden werden niet-ontvankelijk verklaard en verwezen naar de burgerlijke rechter.
De uitspraak onderstreept de ernst van de gepleegde feiten, de impact op de slachtoffers en het belang van een passende straf en schadevergoeding.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf voor medeplegen van verkrachting en andere ernstige zedenmisdrijven jegens jonge kinderen.