ECLI:NL:RBALM:2001:AD8232
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.G.J. Roelvink
- Rechtspraak.nl
Beslissing over hoogte bijzondere bijstand voor kosten curatorschap
Eiseres, vertegenwoordigd door haar curator, verzocht het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Losser om bijzondere bijstand voor de kosten van het curatorschap over 1999. De kantonrechter te Gouda had de curator gemachtigd om een bedrag van ƒ 4.942,63 in rekening te brengen. Het college kende echter slechts een bedrag van ƒ 1.353,20 toe, gebaseerd op eerdere jurisprudentie en aanbevelingen.
Na bezwaar en hoorzitting verklaarde het college het bezwaar ongegrond. Eiseres ging in beroep bij de rechtbank Almelo, stellende dat het college niet vrij was om af te wijken van de rechterlijke machtiging. De rechtbank stelde vast dat de kosten van curatorschap tot de noodzakelijke bestaanskosten behoren en dat de kantonrechter op grond van artikel 1:386 BW Pro bevoegd is de beloning vast te stellen.
De rechtbank oordeelde dat het college ten onrechte afweek van het door de kantonrechter vastgestelde bedrag, aangezien dit een beschikking met formele rechtskracht betreft. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het college werd veroordeeld tot het nemen van een nieuw besluit en het betalen van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot toekenning van een lager bedrag bijzondere bijstand wordt vernietigd.