ECLI:NL:RBALM:2003:AF8463
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- Bloebaum
- Stoové
- Berg
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens ontoerekeningsvatbaarheid bij moord
Op 21 februari 2002 heeft de verdachte te Almelo haar echtgenoot met een mes gestoken, hetgeen leidde tot diens overlijden. De rechtbank heeft bewezen verklaard dat het feit, kwalificerend als moord onder artikel 289 Sr Pro, door verdachte is begaan met voorbedachte rade.
Uit het psychiatrisch rapport van het Pieter Baan Centrum blijkt dat verdachte leed aan een ernstige psychiatrische stoornis, passend bij paranoïde schizofrenie, waardoor zij ten tijde van het delict psychotisch was en het feit haar niet kan worden toegerekend. De motieven voor het delict kwamen volledig voort uit haar psychose.
De rechtbank achtte verdachte daardoor niet strafbaar en ontsloeg haar van alle rechtsvervolging. Wel werd de maatregel van terbeschikkingstelling onder voorwaarden opgelegd, met een bevel tot dwangverpleging vanwege het gevaar voor de veiligheid van anderen.
Daarnaast werd het inbeslaggenomen mes onttrokken aan het verkeer, en de kleding aan verdachte teruggegeven. De rechtbank benadrukte het belang van langdurige behandeling gezien het recidivegevaar en de ernst van de psychiatrische problematiek.
Uitkomst: Verdachte werd ontslagen van rechtsvervolging wegens ontoerekeningsvatbaarheid en terbeschikkingstelling met dwangverpleging opgelegd.