ECLI:NL:RBALM:2003:AH9360

Rechtbank Almelo

Datum uitspraak
8 juli 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
98006-03
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • Derks
  • Teekman
  • Taalman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 140 SrArt. 2 W.O.T.S.Art. 3 Verdrag overbrenging gevonniste personenArt. 7 Verdrag overbrenging gevonniste personenArt. 9 Verdrag overbrenging gevonniste personen
Verwijzingen
12 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelaatbaarheid en strafoplegging tenuitvoerlegging buitenlands vonnis wegens deelname aan criminele organisatie

De rechtbank Almelo behandelde de zaak van een veroordeelde die in de Verenigde Staten was veroordeeld voor conspiracy tot import van MDMA, vertaald naar deelname aan een criminele organisatie volgens artikel 140 lid 1 Sr Pro. De rechtbank beoordeelde de toelaatbaarheid van de tenuitvoerlegging van dit buitenlandse vonnis in Nederland op grond van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen en het Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen.

Tijdens de openbare terechtzitting op 27 juni 2003 werd de veroordeelde gehoord, bijgestaan door zijn advocaat, en werd het verzoek van het Openbaar Ministerie behandeld. De rechtbank stelde vast dat de identiteit van de veroordeelde correct was vastgesteld en dat er geen bezwaren waren tegen de ontvankelijkheid van het verzoek. Tevens werd vastgesteld dat de overgelegde stukken voldeden aan de vereisten van het toepasselijke verdrag.

De rechtbank oordeelde dat geen van de uitsluitingsgronden uit artikel 30 lid 1 van Pro de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen van toepassing waren. Gezien de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is gepleegd en de persoonlijke situatie van de veroordeelde, legde de rechtbank een gevangenisstraf van 54 maanden op. Daarbij werd rekening gehouden met de tijd die de veroordeelde reeds in voorlopige hechtenis en detentie in de Verenigde Staten en Nederland had doorgebracht.

De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Almelo op 8 juli 2003, waarbij de tenuitvoerlegging van het buitenlandse vonnis werd toegestaan en de strafoplegging werd vastgesteld conform de Nederlandse wetgeving.

Uitkomst: De rechtbank verleent verlof tot tenuitvoerlegging en legt een gevangenisstraf van 54 maanden op, met volledige verrekening van reeds doorgebrachte detentietijd.

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO
Parketnummer: 98006-03.
VONNIS ex art. 30 + 31 W.O.T.S
Uitspraak: 8 juli 2003
De rechtbank te Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo, tegen:
[veroordeelde],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,
thans verblijvende in het huis van bewaring te Zwolle;
Gezien de stukken, waaronder een ex artikel 18 Wet Pro overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen gedane vordering d.d. 15 mei 2003, strekkende daartoe, dat de rechtbank verlof verleent tot tenuitvoerlegging in Nederland van de op 15 mei 2002 door het United States District Court, Eastern District of New York gewezen (en onherroepelijk geworden) rechterlijke beslissing, waarbij genoemd persoon is veroordeeld tot een vrijheidsstraf van 97 maanden, wegens conspiracy to import MDMA;
Gelet op het onderzoek ter openbare terechtzitting van 27 juni 2003, alwaar zijn gehoord: de veroordeelde, bijgestaan door de advocaat mr. Weski, en de officier van justitie mr. Gras, die zijn in artikel 28, lid 8 W.O.T.S. genoemde conclusie aan de rechtbank heeft overgelegd;
O V E R W E G E N D E :
Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken:
Voornoemde [veroordeelde] heeft de identiteit van vorenbedoelde veroordeelde en is, naar hijzelf ook erkent, degene aan wie voormelde straf is opgelegd;
De officier van justitie is ontvankelijk in diens voormelde vordering, nu geen omstandigheden zijn gebleken die daaraan in de weg staan;
Tenuitvoerlegging in Nederland van voormelde in het buitenland gewezen rechterlijke beslissing is mogelijk, gelet op het Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen, Trb 1983, 74;
Voorts is gebleken dat de overgelegde stukken voldoen aan de door het toepasselijk verdrag gestelde eisen.
Overigens heeft de rechtbank bevonden dat geen der gronden, genoemd in artikel 30 lid Pro 1, onder b, c en d van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen, zich voordoen;
De rechtbank acht derhalve de tenuitvoerlegging van vorenbedoeld vonnis toelaatbaar en zal aldus beslissen;
Van toepassing zijn van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen, de artikelen 2 tot en met 7, 18, 20, 28, 29, 30 en 31 en van het Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen, de artikelen 3, 7, 9, en 11;
Het ten laste van de veroordeelde, naar Amerikaans recht bewezene, levert naar Nederlands recht op het misdrijf:
"Het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven", strafbaar gesteld bij artikel 140 lid 1 van Pro het Wetboek van Strafrecht;
De rechtbank zal een straf dienen op te leggen, welke op dit feit naar Nederlands recht is gesteld, zulks op grond van de aard en de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is gepleegd, alsmede gelet op de persoon van veroordeelde.
De rechtbank overweegt dat de veroordeelde in de Verenigde Staten van Amerika is veroordeeld voor "conspiracy tot import MDMA". Ten aanzien van het woord "conspiracy" neemt de rechtbank in aanmerking dat dit begrip, volgens vaste jurisprudentie naar Nederlands recht dient te worden vertaald naar artikel 140 van Pro het Wetboek van Strafrecht, zijnde het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. Nu uit de overgelegde gedingstukken niet blijkt dat de veroordeelde één van de oprichters, leiders of bestuurders van de onderhavige organisatie is geweest, kan een vrijheidstraf worden opgelegd van maximaal zes jaren.
Voorts houdt de rechtbank bij de bepaling van de straf rekening met het feit dat veroordeelde niet eerder terzake strafbare feiten met justitie in aanraking is geweest en daarnaast met het feit dat veroordeelde een groot gedeelte van zijn reeds ondergane detentie in de Verenigde Staten van Amerika heeft doorgebracht onder
- door het Openbaar ministerie niet weersproken - omstandigheden die naar hier te lande geldende maatstaven zoal niet als inhumaan, dan toch als buitengewoon zwaar mogen worden aangemerkt. De rechtbank zal daarom een straf opleggen zoals hieronder aangegeven.
De na te noemen straf is gegrond, behalve op voormelde artikelen, op artikel 10 en Pro 27 van het Wetboek van Strafrecht.
R E C H T D O E N D E :
Verklaart de tenuitvoerlegging van voormeld buitenlands vonnis dd. 15 mei 2002 betreffende voornoemde veroordeelde toelaatbaar en verleent verlof tot tenuitvoerlegging in Nederland van die beslissing.
Legt veroordeelde voornoemd op een gevangenisstraf voor de tijd van 54 maanden, ter zake van het in vorenbedoeld vonnis bewezenverklaarde feit.
Beveelt dat de tijd, gedurende welke veroordeelde in Nederland in uitleveringdetentie en de tijd van de voorlopige hechtenis in de Verenigde Staten van Amerika en de tijd in de Verenigde Staten van Amerika ter uitvoering van de aldaar opgelegde sanctie, met het oog op zijn overbrenging naar Nederland en de tijd die de veroordeelde uit hoofde van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen in Nederland, van zijn vrijheid beroofd is geweest, bij de uitvoering van die straf geheel in mindering zal worden gebracht.
Aldus gewezen door mr. Derks, voorzitter, mrs. Teekman en Taalman, rechters in tegenwoordigheid van naam Veldhuis, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank voornoemd, op 8 juli 2003.