ECLI:NL:RBALM:2003:AH9479
Rechtbank Almelo
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot uitvoering van uitspraak voor verstrekking fiets met trapondersteuning aan scholier
De zaak betreft een verzoek tot een voorlopige voorziening gericht tegen het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) vanwege het niet uitvoeren van een eerdere uitspraak die de verstrekking van een fiets met trapondersteuning aan een 13-jarige scholier gelastte. De aanvraag van de fiets was aanvankelijk afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard, waarna de rechtbank het besluit deels vernietigde en een voorlopige voorziening trof om de fiets binnen twee weken ter beschikking te stellen.
Verweerder stelde zich op het standpunt dat uitvoering van de voorlopige voorziening niet nodig was zolang er een hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep mogelijk was, gebaseerd op artikel 19 van Pro de Beroepswet. De voorzieningenrechter onderzocht de bevoegdheid en concludeerde dat de rechtbank Almelo bevoegd was en dat de voorlopige voorziening krachtens artikel 8:72, vijfde lid, Awb wel degelijk uitgevoerd moet worden, ondanks het hoger beroep.
De voorzieningenrechter constateerde een strijdigheid tussen artikel 19 Beroepswet Pro en artikel 8:72 Awb Pro, waarbij de wetgever met de Awb de rechtbank een sterk middel gaf om voorlopige voorzieningen te treffen die niet zonder meer door hoger beroep kunnen worden opgeschort. Verweerder mocht zich niet beroepen op opschorting van de voorziening. Gezien het spoedeisend belang van verzoekster en het geringe belang van verweerder werd verweerder veroordeeld om de fiets onmiddellijk te verstrekken en werd een dwangsom van €100 per dag opgelegd bij niet-naleving. Tevens werd vergoeding van griffierechten toegekend.
Uitkomst: Verweerder is veroordeeld om verzoekster onmiddellijk een fiets met trapondersteuning te verstrekken en een dwangsom te betalen bij niet-naleving.