ECLI:NL:RBALM:2003:AI1324
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Breitbarth
- Rechtspraak.nl
Geen beroep op boetebeding na tijdige ontbinding door ontbindende voorwaarde
In deze zaak stond centraal of eisers een beroep konden doen op het boetebeding wegens niet-nakoming van de koopovereenkomst van een onroerende zaak. Gedaagde had tijdig de ontbindende voorwaarde ingeroepen, hoewel niet op de overeengekomen wijze. De rechtbank stelde vast dat gedaagde op 29 augustus 2002 telefonisch aan de makelaar had gemeld dat de financiering niet rond was, wat een materieel beroep op de ontbindende voorwaarde impliceerde.
De rechtbank overwoog dat de formele vereisten voor het inroepen van de ontbindende voorwaarde slechts een bewijsfunctie hebben en dat het in strijd met redelijkheid en billijkheid is om het niet correct naleven daarvan zwaar te laten wegen, zeker gezien het onzorgvuldige handelen van de makelaar. De makelaar had onvoldoende zorgvuldigheid betracht door niet om bewijs van de afwijzingen te vragen en door de communicatie met gedaagde niet adequaat te voeren.
De vordering van eisers tot toepassing van het boetebeding werd daarom afgewezen. Ook de kostenveroordeling werd toegewezen aan gedaagde. De rechtbank wees het meer of anders gevorderde af en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Eisers kunnen geen beroep doen op het boetebeding omdat gedaagde tijdig de ontbindende voorwaarde heeft ingeroepen.