ECLI:NL:RBALM:2003:AI1379
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dagloon WW-uitkering en beoordeling onkostenvergoeding en loonsverhoging
Eiser maakte bezwaar tegen de vaststelling van zijn dagloon voor de WW-uitkering, waarbij het UWV het dagloon aanvankelijk op € 72,72 stelde en later verhoogde naar € 73,71. De rechtbank oordeelt dat het dagloon op € 74,47 moet worden vastgesteld, waarbij rekening wordt gehouden met het loon over de laatste 52 kalenderweken voorafgaand aan de eerste werkloosheidsdag.
De rechtbank beoordeelt dat de onkostenvergoeding die eiser ontving geen looncomponent vormt, omdat deze vergoeding niet structureel was en tijdens arbeidsongeschiktheid niet werd uitgekeerd. Dit wijst erop dat het een vergoeding voor werkelijk gemaakte kosten betreft.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat het hogere salaris dat eiser vanaf oktober 2001 ontving, niet kan worden aangemerkt als een beëindigingsvergoeding maar als een reguliere loonsverhoging die moet worden meegenomen in de dagloonberekening. Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen conform deze overwegingen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met opdracht tot hernieuwde vaststelling van het dagloon op € 74,47.