ECLI:NL:RBALM:2004:AO5526
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen besluit weigering verklaring van geen bezwaar door EID
Eisers verzochten de Eerstaanwezend Ingenieur Directeur Noordoost Nederland (EID) om een verklaring van geen bezwaar voor vervangende nieuwbouw van een woning binnen een agrarisch en veiligheidsgebied. De EID weigerde deze verklaring, waarna eisers bezwaar maakten tegen deze weigering. De EID verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en dit besluit werd aangevochten bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat de EID geen bestuursorgaan is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) omdat zij geen orgaan is van een publiekrechtelijke rechtspersoon en geen openbaar gezag heeft. Hierdoor is het besluit van de EID geen besluit in de zin van de Awb en was het bezwaar niet-ontvankelijk.
Daarnaast stelde de rechtbank vast dat de bepaling in het bestemmingsplan die de verklaring van geen bezwaar van de EID als dwingende voorwaarde stelt voor het verlenen van vrijstelling strijdig is met artikel 15 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO). Dit artikel bepaalt dat dergelijke bevoegdheden alleen aan burgemeester en wethouders kunnen worden opgedragen, eventueel met een verklaring van geen bezwaar van Gedeputeerde Staten.
De rechtbank verklaarde het beroep van het aannemersbedrijf niet-ontvankelijk wegens gebrek aan rechtstreeks belang en het beroep van de bewoner ongegrond. Het besluit van 27 maart 2003, waarbij het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard, bleef daarmee in stand.
Uitkomst: Het beroep van het aannemersbedrijf werd niet-ontvankelijk verklaard en het beroep van de bewoner ongegrond verklaard; het bestreden besluit bleef in stand.