ECLI:NL:RBALM:2004:AO9352
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging opschortingsbesluit WAO-uitkering wegens onjuiste wettelijke grondslag
Eiser diende een aanvraag in voor een WAO-uitkering en werd opgeroepen voor medische onderzoeken en een gesprek met een arbeidsdeskundige. Eiser verscheen tweemaal niet, eenmaal wegens ziekte en eenmaal zonder bericht. Verweerder schortte daarop de verdere beoordeling van de aanvraag op, stellende dat eiser geen deugdelijke grond had voor het niet verschijnen.
Eiser maakte bezwaar en voerde aan dat het besluit onevenredig was en dat er in bezwaar een hoorzitting had plaatsgevonden. Tevens stelde hij dat verweerder naliet een nieuw gesprek met de arbeidsdeskundige te regelen en hem onvoldoende had gewezen op de mogelijkheid zich alsnog te melden.
De rechtbank oordeelde dat het besluit van verweerder was gebaseerd op artikel 50, derde lid, van de WAO, dat alleen toepassing vindt na toekenning van een uitkering. Omdat dit niet het geval was, was de wettelijke grondslag onjuist. Ook artikel 4:5 van Pro de Awb bood geen grondslag voor opschorting in deze situatie. De rechtbank vernietigde het besluit en veroordeelde verweerder in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot opschorting van de WAO-aanvraag wordt vernietigd en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.