ECLI:NL:RBALM:2004:AP1386
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- August de Meijer
- Schreuder
- Haarhuis
- Rechtspraak.nl
Bewijsopdracht in onrechtmatige daad zaak over drugsvervoer naar Turkije
Op 31 maart 1998 werden partijen en een medereiziger op een Turks vliegveld aangehouden met harddrugs in hun bagage. De Turkse strafrechter veroordeelde hen tot tien jaar gevangenisstraf. Na ruim 666 dagen in de Turkse gevangenis werd de eiser in januari 2000 vrijgelaten en keerde terug naar Nederland.
De eiser vordert van de gedaagde een schadevergoeding wegens onrechtmatige daad, stellende dat hij zonder zijn medeweten als drugskoerier werd gebruikt. De gedaagde betwist dit en stelt dat de eiser wel op de hoogte was, of had moeten zijn, en dat een medeschuld van de medereiziger bestaat.
De rechtbank oordeelt dat het niet waarschuwen van de eiser over het drugsvervoer in beginsel onrechtmatig is, tenzij de gedaagde kan bewijzen dat de eiser wist of had moeten weten dat hij drugs vervoerde. De rechtbank draagt de gedaagde op dit bewijs te leveren en wijst een zitting aan voor bewijslevering, waarbij getuigen gehoord kunnen worden.
De zaak wordt aangehouden voor verdere beslissing, waarbij de rechtbank de bewijsopdracht en het procesverloop nauwkeurig vastlegt.
Uitkomst: De rechtbank draagt de gedaagde op bewijs te leveren dat eiser wist of had moeten weten dat hij drugs vervoerde en wijst een zitting aan voor bewijslevering.