ECLI:NL:RBALM:2004:AP3740
Rechtbank Almelo
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- D. Veurink
- Rechtspraak.nl
Beslissing over onderzoek naar rijvaardigheid na vermoedelijk gevaarlijk rijgedrag
Verzoeker werd op 13 juni 2003 aangehouden vanwege vermoedelijk gevaarlijk rijgedrag, maar uit onderzoek bleek geen overtreding van artikel 8 Wegenverkeerswet Pro 1994. Desondanks vorderde de minister op 17 september 2003 dat verzoeker een rijvaardigheidsonderzoek ondergaat. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat de minister de beslistermijn van vier weken had overschreden, waardoor het besluit onbevoegd was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het rijgedrag van verzoeker inderdaad niet aan de wettelijke eisen voldeed, maar dat de minister het besluit bijna zes weken na ontvangst van de melding nam, terwijl de wet een uiterste beslistermijn van vier weken voorschrijft. De termijn is volgens de rechter een fatale termijn, waardoor het besluit niet rechtsgeldig is.
Verder concludeerde de rechter dat de minister onzorgvuldig handelde door de procedure te laten voortduren en het onderzoek pas ruim een jaar na de melding te plannen. Het beroep van verzoeker werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het bezwaar gegrond verklaard. Verzoeker werd in de proceskosten en griffierecht tegemoetgekomen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de hoofdzaak werd beslist.
Uitkomst: Het besluit tot het opleggen van een onderzoek naar de rijvaardigheid is vernietigd wegens overschrijding van de beslistermijn.