ECLI:NL:RBALM:2004:AQ6889
Rechtbank Almelo
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- R.J. Jue
- Rechtspraak.nl
Inzageverzoek rechtshulpdossiers en uitleveringsdossier afgewezen met uitzondering van Wob-beslissing
Verzoeker heeft bij de Minister van Justitie inzage gevraagd in rechtshulpverzoeken en het register ex artikel 552i Wetboek van Strafvordering, alsmede in het uitleveringsdossier en de achterliggende correspondentie. De Minister heeft dit verzoek gedeeltelijk afgewezen, waarna verzoeker bezwaar maakte en beroep instelde bij de rechtbank.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het Wetboek van Strafvordering geen lex specialis is die de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) uitsluit. De Wbp is van toepassing, maar de uitzondering voor opsporing en vervolging van strafbare feiten (artikel 43 lid Pro b Wbp) rechtvaardigt het weigeren van inzage in de rechtshulpdossiers. De weigering op grond van de Wbp blijft daarom in stand.
Ten aanzien van het uitleveringsdossier oordeelt de rechtbank dat de Minister zich buiten de reikwijdte van het oorspronkelijke verzoek heeft uitgelaten en vernietigt het besluit hierover. Voor het verzoek tot inzage op grond van de Wob ontbreekt een belangenafweging in het bestreden besluit, hetgeen de voorzieningenrechter als onjuist beoordeelt. De Minister wordt opgedragen binnen een week een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van een belangenafweging.
De rechtbank veroordeelt de Minister tot vergoeding van proceskosten aan verzoeker. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege het vervallen van het connexiteitsvereiste na de beslissing op het beroep.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt gedeeltelijk vernietigd en de Minister wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met belangenafweging; weigering op grond van de Wbp blijft in stand.