ECLI:NL:RBALM:2004:AQ6894
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging aanlegvergunning drainage wegens onvoldoende rechtszekerheid en onvolledige belangenafweging
In deze bestuursrechtelijke zaak stond de vraag centraal of de besluiten van 11 maart 2003, waarbij bezwaarschriften van vergunninghouders gegrond werden verklaard en alsnog aanlegvergunningen voor drainage werden verleend onder voorwaarden, in stand konden blijven.
Eiseressen, waaronder Stichting Twickel en Landschap Overijssel, voerden aan dat de vergunningen onrechtmatig waren omdat verweerder hen niet had gehoord, het advies van Grontmij onvoldoende was toegespitst op de werkelijke situatie en geen afweging was gemaakt tussen agrarische belangen en natuurwaarden. Ook werd gewezen op mogelijke strijd met de Habitatrichtlijn.
De rechtbank oordeelde dat eiseressen terecht in beroep konden komen omdat zij geen bezwaar hadden gemaakt tegen de primaire weigeringen. De vergunningen waren onduidelijk geformuleerd en het advies waarop verweerder zich baseerde was niet geschikt om als voorwaarde te dienen. De belangenafweging had beperkt moeten blijven tot de direct betrokken percelen en niet tot aangrenzende natuurgebieden. De Habitatrichtlijn was ten tijde van het besluit nog niet van toepassing. De rechtbank vernietigde de besluiten en beval hernieuwde besluitvorming met een zorgvuldige belangenafweging en duidelijke voorwaarden.
Tot slot werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseressen.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de aanlegvergunningen voor drainage vanwege onduidelijke voorwaarden en onvoldoende belangenafweging en beveelt hernieuwde besluitvorming.