ECLI:NL:RBALM:2004:AR2261
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- Berg
- Derks
- Beuving
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak poging en voltooide afpersing wegens onvoldoende bewijs
Op 19 mei 2004 zou verdachte samen met een of meer mededaders [aangever] hebben gedwongen tot afgifte van geldbedragen van €3000 en €300 door middel van geweld en bedreiging met een staaf of een slagwapenachtig voorwerp. Verdachte zou daarbij dreigende woorden hebben geuit en [echtgenote aangever] telefonisch hebben laten weten dat er nog €2700 moest worden betaald onder dreiging van geweld.
De rechtbank heeft vastgesteld dat verdachte en zijn medeverdachte daadwerkelijk bij het autobedrijf van [aangever] zijn verschenen om geld te incasseren en dat €300 is betaald. Echter, de rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat er daadwerkelijk geweld is gebruikt of met geweld is gedreigd. De verklaringen van [aangever] vertonen inconsistenties en het aanwezige personeel heeft geen geweld waargenomen.
Daarnaast wekken de wisselende verklaringen en het tijdsverloop de indruk dat er meer achter de zaak zit dan wordt verklaard. Hierdoor is het geringe concrete bewijs onvoldoende betrouwbaar om tot een veroordeling te komen.
De rechtbank spreekt verdachte daarom vrij van de tenlastegelegde poging tot afpersing en voltooide afpersing. Tevens wordt het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven en wordt verdachte onmiddellijk in vrijheid gesteld.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van afpersing en poging daartoe.