ECLI:NL:RBALM:2004:AR3575
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- Verhoeven
- Derks
- De Jong
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit heroïnehandel van vijf miljoen euro
De rechtbank Almelo behandelde de ontnemingsvordering van de officier van justitie tegen verdachte, die was veroordeeld voor medeplegen van heroïnehandel en deelname aan een criminele organisatie. De vordering betrof het vaststellen en ontnemen van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
De verdediging voerde meerdere verweren aan, waaronder overschrijding van de redelijke termijn, onrechtmatigheden bij het opsporingsonderzoek en schending van het ne bis in idem-beginsel. Deze verweren werden door de rechtbank verworpen, mede verwijzend naar een eerder arrest van het gerechtshof Arnhem.
De rechtbank stelde vast dat het vermogen van verdachte tussen 1997 en 2000 spectaculair was toegenomen, zonder geloofwaardige verklaring vanuit legale bronnen. De omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel werd daarom geschat op vijf miljoen euro. Verdachte werd verplicht dit bedrag aan de staat te betalen.
De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van overschrijding van de redelijke termijn en dat de bewijsvoering rechtmatig was. De ontnemingsmaatregel werd opgelegd conform artikel 36e Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot betaling van vijf miljoen euro aan de Staat wegens wederrechtelijk verkregen voordeel uit heroïnehandel.