ECLI:NL:RBALM:2004:AR4794
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorganger Baptistengemeente niet verplicht verzekerd voor werknemersverzekeringen
Naar aanleiding van een uitkeringsaanvraag van X, voorganger van de Baptistengemeente te Y, heeft het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (verweerder) vastgesteld dat X vanaf 1998 premieplichtig is voor de werknemersverzekeringen. Eiseres, de Baptistengemeente, maakte bezwaar tegen dit besluit en voerde aan dat voorgangers in het algemeen als kleine zelfstandigen worden aangemerkt en dat X grote vrijheid genoot in de uitoefening van zijn ambt.
De rechtbank heeft vastgesteld dat X weliswaar een vaste loonbetaling ontving, doorbetaling bij ziekte, vakantie-uitkering en andere emolumenten, maar dat er geen gezagsverhouding bestond tussen X en de Baptistengemeente. Uit de statuten en het huishoudelijk reglement bleek dat X een grote mate van vrijheid had in de invulling van zijn werkzaamheden en dat er geen afspraken waren over werkuren of nadere instructies. De Raad van de gemeente functioneerde op voet van gelijkwaardigheid en er was geen evaluatie van het werk van X in de relevante periode.
De rechtbank concludeert dat de feitelijke omstandigheden niet wijzen op een privaatrechtelijke dienstbetrekking in de zin van de sociale verzekeringswetten. Daarom wordt het beroep van eiseres gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en worden de proceskosten aan eiseres toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit en oordeelt dat de voorganger niet verplicht verzekerd is wegens het ontbreken van een gezagsverhouding.