ECLI:NL:RBALM:2004:AR5208
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Belanghebbendheid ex-werkgever bij intrekking WAO-uitkering en gevolgen wachtgeld
De zaak betreft een geschil over de vraag of eiseres, als ex-werkgever van X, belanghebbende is bij het besluit van het UWV tot intrekking van de WAO-uitkering van X per 3 juni 2003. Verweerder had het bezwaar van eiseres tegen dit besluit niet-ontvankelijk verklaard omdat eiseres volgens verweerder geen belanghebbende was.
De rechtbank stelt vast dat eiseres wel degelijk als belanghebbende moet worden aangemerkt. Dit volgt uit vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep, waarin werkgevers die bezwaar maken tegen besluiten over WAO-uitkeringen van hun werknemers worden verondersteld een voldoende actueel, concreet en rechtstreeks belang te hebben. Dit geldt ook voor ex-werkgevers, zeker wanneer de financiële gevolgen van het besluit, zoals de verplichting tot het betalen van wachtgeld, volledig voor hun rekening komen.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en bepaalt dat het UWV een nieuw besluit op bezwaar moet nemen, waarbij ook de ontvankelijkheid van het bezwaar opnieuw moet worden beoordeeld. Tevens wordt het griffierecht aan eiseres vergoed. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de ex-werkgever als belanghebbende moet worden aangemerkt en vernietigt het bestreden besluit.