ECLI:NL:RBALM:2004:AR5887
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.J. Jue
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WW-uitkering wegens bijzondere situatie zelfstandige
Eiser kreeg per 17 maart 2003 een WW-uitkering toegekend, die op 21 juli 2003 werd ingetrokken omdat hij niet langer als werknemer werd aangemerkt vanwege zelfstandige werkzaamheden. Eiser voerde aan dat hij deze werkzaamheden uit coulance uitvoerde en niet met de intentie om te verdienen, mede omdat hij hierover onvoldoende en onjuiste informatie had ontvangen van een medewerkster van het CWI.
De rechtbank overweegt dat artikel 8 WW Pro dwingendrechtelijk is en dat het recht op uitkering eindigt zodra iemand als zelfstandige werkt na anderhalf jaar. Echter, in bijzondere gevallen kan strikte toepassing van deze regels in strijd zijn met algemene rechtsbeginselen. Hier was sprake van onvoldoende voorlichting door het CWI, waardoor eiser gerechtvaardigd mocht vertrouwen op het recht om de werkzaamheden zonder gevolgen voort te zetten.
De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit niet in stand kan blijven en verklaart het beroep gegrond. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de WW-uitkering wordt vernietigd.