ECLI:NL:RBALM:2004:AT4104
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Blankestijn
- Rechtspraak.nl
Beperking verschoningsrecht mediator tot verklaringen partijen bij mediationovereenkomst
In deze zaak speelde de vraag in hoeverre een mediator zich kan beroepen op zijn verschoningsrecht ten aanzien van verklaringen die zijn gedaan tijdens mediation. De mediator, NMI-gecertificeerd, werd geconfronteerd met vragen over een lening en de kwijtschelding daarvan, waarbij ook een vader aanwezig was die zijn zoon bijstond. De rechtbank stelde vast dat het verschoningsrecht alleen ziet op hetgeen partijen bij de mediationovereenkomst aan de mediator hebben verklaard.
De vader was geen partij bij de mediationovereenkomst en had deze niet ondertekend. Daarom geldt het verschoningsrecht niet voor zijn verklaringen tegenover de mediator. De mediator moet daarom vragen beantwoorden over wat de vader namens zichzelf heeft verklaard, maar niet over wat namens de zoon is gezegd, aangezien die wel partij was en de mediator zich daarop kan beroepen.
De rechtbank verwees naar het belang van geheimhouding binnen mediation, zoals vastgelegd in het NMI-reglement en de mediationovereenkomst, maar benadrukte ook het maatschappelijk belang van waarheidsvinding en de getuigplicht. Uiteindelijk werd beslist dat de mediator bepaalde vragen als getuige moet beantwoorden, terwijl andere vragen die betrekking hebben op de mediation vertrouwelijk blijven.
De zaak werd verwezen naar een rolzitting voor voortzetting van de procedure, waarbij partijen hun beschikbaarheid moesten doorgeven.
Uitkomst: Mediator moet bepaalde vragen over verklaringen van niet-partij bij mediation beantwoorden, andere vertrouwelijke vragen niet.