ECLI:NL:RBALM:2005:AS3535
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering bank wegens verjaring en erkenning betalingsregeling
In deze civiele zaak vordert ABN AMRO Bank N.V. betaling van een geldlening die sinds 1985 loopt. De gedaagde heeft volgens de overeenkomst maandelijks aflossingen moeten verrichten. De rechtbank stelt vast dat de verjaringstermijn voor de laatste termijn in juli 1997 is geëindigd, omdat geen stuiting is aangetoond.
ABN AMRO betoogt dat de verjaring is gestuit door een betalingsregeling die met de gedaagde is getroffen, waarbij de gedaagde de vordering heeft erkend. De rechtbank constateert dat de gedaagde deze regeling onvoldoende heeft betwist en dat er betalingen zijn verricht, wat duidt op erkenning.
Desondanks oordeelt de rechtbank dat de erkenning en de betalingsregeling niet leiden tot het ontstaan van een opnieuw afdwingbare verbintenis, omdat de oorspronkelijke vordering al was verjaard. De vordering wordt daarom afgewezen en ABN AMRO wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van ABN AMRO wordt afgewezen wegens verjaring ondanks erkenning van de schuld.