ECLI:NL:RBALM:2005:AS4596
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- Inden
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot verbod executie van dwangsommen wegens overtreding relatiebeding
In deze kortgedingprocedure vordert eiser dat de lopende executie van dwangsommen ter hoogte van €80.000 wordt gestaakt en dat toekomstige executoriale beslagen vooraf aan de voorzieningenrechter worden voorgelegd. Eiser betwist dat hij het relatiebeding heeft overtreden en stelt dat Spaarshop misbruik van procesrecht maakt door voortdurend beslag te leggen, waardoor zijn onderneming wordt lamgelegd.
Spaarshop stelt dat eiser op meerdere dagen actief is geweest in een stand op de huishoudbeurs, waarmee hij het relatiebeding heeft overtreden en dwangsommen heeft verbeurd. Ter onderbouwing zijn verklaringen van getuigen overgelegd die eiser op de beurs in adviserende rol zagen. Eiser heeft een tegenverklaring overgelegd, maar de voorzieningenrechter acht de verklaringen van Spaarshop zwaarder.
De voorzieningenrechter oordeelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij geen gebruik heeft gemaakt van het mobiel-concept en beursbezoeken, wat volgens het relatiebeding verboden is. Wel is onvoldoende bewijs dat eiser bestaande of voormalige klanten heeft benaderd, zodat het eerste verbod niet is overtreden. De vorderingen van eiser worden afgewezen en de executie mag beperkt worden tot €20.000, conform de toezegging van Spaarshop. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van eiser tot staking van executie van dwangsommen worden afgewezen en executie tot €20.000 is gerechtvaardigd.