ECLI:NL:RBALM:2005:AS6510
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- Verhoeven
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Officier van Justitie tot ontruiming kraakpanden niet vastgesteld
Begin februari 2005 hebben een groep krakers panden aan de Ripperdastraat 1a en 3 te Enschede gekraakt. Het Openbaar Ministerie kondigde aan deze panden te willen ontruimen wegens overtreding van strafrechtelijke bepalingen. De krakers vorderden een verbod op strafrechtelijke dwangmiddelen en ontruiming zolang er geen onherroepelijke strafrechterlijke uitspraak was.
De Staat der Nederlanden voerde aan dat de bevoegdheid tot ontruiming voortvloeit uit artikel 124 Wet Pro op de rechterlijke organisatie en artikel 2 juncto Pro 8 Politiewet 1993. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat deze wettelijke bepalingen geen directe bevoegdheid tot ontruiming aan de Officier van Justitie verlenen. Bovendien is ontruiming een inbreuk op het huisrecht en dient dergelijk optreden proportioneel en subsidiariteit gewogen te worden.
Gezien de korte kraaktijd en het ontbreken van ernstige verstoring van de openbare orde, achtte de voorzieningenrechter strafrechtelijke ontruiming niet gerechtvaardigd. Daarom werd het verbod op ontruiming toegewezen totdat de strafrechter een onherroepelijke uitspraak heeft gedaan over de strafbaarheid van de krakers.
De beslissing houdt tevens aan dat de proceskostenveroordeling wordt aangehouden vanwege een nog niet verleende toevoeging. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet bevoegd tot strafrechtelijke ontruiming van de kraakpanden; ontruiming is verboden totdat de strafrechter onherroepelijk uitspraak doet.