ECLI:NL:RBALM:2005:AS6720
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering van WW-uitkering wegens niet opgegeven werkzaamheden
Eiser was directeur bij een failliet bedrijf en ontving een WW-uitkering. Verweerder herzag de uitkering op grond van niet opgegeven werkzaamheden voor een nieuw bedrijf, [bedrijf 2], en vorderde onverschuldigde uitkeringen terug met boetes. De rechtbank oordeelt dat de werkzaamheden voor [bedrijf 2] als arbeid voor derden gelden en dus invloed hebben op het recht op uitkering.
De rechtbank vernietigt het besluit omdat verweerder de hoogte van de fictieve inkomsten onjuist heeft berekend door het oude salaris aan te houden in plaats van het lagere salaris bij [bedrijf 2]. Ook is het verwijt over werkzaamheden vóór de opzegdatum niet gegrond. Verder acht de rechtbank de berekening van gewerkte uren en de schatting van verweerder niet onredelijk, maar constateert dat het recht op uitkering niet volledig is geëindigd vanaf 15 mei 2000.
De rechtbank stelt dat eiser zijn mededelingsplicht heeft geschonden door reis- en verblijfuren niet op te geven, maar dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het recht op uitkering geheel moest worden herzien en teruggevorderd. Er zijn geen dringende redenen om af te zien van herziening, terugvordering of boete. Verweerder moet opnieuw beslissen op de bezwaren en de gemaakte proceskosten vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten tot herziening en terugvordering van de WW-uitkering en draagt verweerder op opnieuw te beslissen.