ECLI:NL:RBALM:2005:AT2674
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over verrekening nevendienstverband bij WW-uitkering wegens willekeur
Eiser was werkzaam bij twee werkgevers en daarnaast als reservist bij de NATRES. Na het faillissement van zijn eerste werkgever en het einde van zijn tweede dienstverband vroeg hij een WW-uitkering aan. Verweerder stelde het gemiddeld aantal gewerkte uren vast, waarbij de uren bij de NATRES niet in mindering werden gebracht op de uitkering, maar het meerdere wel.
Eiser maakte bezwaar tegen de vaststelling van het aantal uren en de verrekening van het nevendienstverband. Tijdens de hoorzitting trok hij zijn bezwaar tegen het aantal uren in, maar handhaafde zijn bezwaar tegen de verrekening van de nevenuren. Verweerder handhaafde het besluit, waarop eiser beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat de uren bij de NATRES volgens vaste rechtspraak niet als werknemerstijd in de zin van de WW worden beschouwd en dus niet bij het gemiddeld aantal arbeidsuren worden betrokken. Echter constateerde de rechtbank dat de uitvoeringspraktijk van het UWV inconsistent en willekeurig was, omdat soms wel en soms niet werd gekort op de WW-uitkering voor deze uren, afhankelijk van de uitvoeringsinstantie en omstandigheden.
Hierdoor is het besluit in strijd met het verbod van willekeur uit artikel 3:4 Awb Pro. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en veroordeelde verweerder in de proceskosten. Tevens werd bepaald dat het griffierecht aan eiser wordt vergoed.
Uitkomst: Het besluit over de verrekening van uren bij het nevendienstverband in de WW-uitkering wordt vernietigd wegens strijd met het verbod van willekeur.