ECLI:NL:RBALM:2005:AT9018
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Wentink
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel aan vleesverwerkend bedrijf
In deze zaak heeft de economische politierechter van de Rechtbank Almelo op 11 juli 2005 een ontnemingsvordering behandeld tegen een vleesverwerkend bedrijf. De vordering strekte tot het opleggen van een verplichting aan het bedrijf om het wederrechtelijk verkregen voordeel als gevolg van gepleegde strafbare feiten aan de staat te betalen.
De rechtbank baseerde zich op het overzicht van kostenbesparingen en de onderliggende facturen, maar sloot enkele kostenposten uit vanwege onduidelijkheid over de duur van het stallen van runderen. Het bedrijf voerde aan dat het in extreme situaties niet anders kon dan de runderen elders te stallen en beriep zich op een regeling omtrent besmettelijke dierziekten, maar deze verweren werden verworpen.
De rechtbank concludeerde dat het wederrechtelijk verkregen voordeel €47.404,16 bedroeg en legde het bedrijf de verplichting op dit bedrag aan de staat te betalen. De beslissing werd genomen op basis van wettige bewijsmiddelen en conform de relevante artikelen uit het Wetboek van Strafrecht en Wetboek van Strafvordering.
Uitkomst: Vleesverwerkend bedrijf verplicht tot betaling van €47.404,16 aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.