ECLI:NL:RBALM:2005:AT9398
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- Van Ommeren
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wedertewerkstelling na ontslag op staande voet wegens privégebruik en werktijdschendingen
De eiser was sinds 1982 in dienst bij ITC als Project-Controller en werd op 9 juni 2005 op staande voet ontslagen wegens ernstig misbruik van ITC-faciliteiten, waaronder privételefoongebruik, misbruik van een representatiekaart en het niet naleven van werktijden.
ITC stelde dat de eiser jarenlang privételefoongesprekken voerde tijdens werktijd, de representatiekaart gebruikte voor privé-lunches en zijn werktijden bewust verschoven zonder juiste melding. De eiser erkende privételefoongebruik maar betwistte het misbruik op grote schaal en stelde dat hij de kosten wilde vergoeden. Hij voerde ook aan dat het ontslag niet onverwijld was gegeven en dat ITC onrechtmatig had gehandeld met een interne publicatie over het ontslag.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het complex van feiten een dringende reden vormde voor ontslag op staande voet en dat het ontslag onverwijld was gegeven. Het privételefoongebruik, het gebruik van de representatiekaart en het misleiden over werktijden waren voldoende zwaarwegend. De interne publicatie werd niet onrechtmatig bevonden. De vorderingen van de eiser tot wedertewerkstelling en loondoorbetaling werden afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot wedertewerkstelling en loondoorbetaling wordt afgewezen; het ontslag op staande voet is rechtsgeldig.