ECLI:NL:RBALM:2005:AT9618
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.J. Jue
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit arbeidsongeschiktheid WAO wegens onvoldoende motivering arbeidskundige beoordeling
Eiser ontvangt sinds 1988 een WAO-uitkering vanwege rug- en epileptische klachten. Het UWV stelde in 2003 de mate van arbeidsongeschiktheid ongewijzigd vast op 25 tot 35%. Eiser maakte bezwaar tegen deze beslissing en betwistte de medische en arbeidskundige beoordeling, met name de functieduiding en de berekening van de restverdiencapaciteit.
De rechtbank oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat de medische beperkingen juist zijn vastgesteld. Echter, de arbeidskundige motivering van het UWV voldoet niet aan de vereisten. De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) over het CBBS, waarin hoge eisen worden gesteld aan de inzichtelijkheid, verifieerbaarheid en motivering van de arbeidskundige uitgangspunten.
De rechtbank stelt vast dat het UWV niet voldoende heeft toegelicht waarom bepaalde overschrijdingen van normaalwaarden acceptabel zijn en welke gevolgen dit heeft voor de passendheid van de geduide functies. Ook is het selectieproces van functies niet reproduceerbaar en onvoldoende controleerbaar, wat strijdig is met het vereiste van volledige heroverweging in bezwaar.
Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit en beveelt het UWV om opnieuw te beslissen met inachtneming van de motiveringsvereisten. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de arbeidskundige beoordeling en het UWV moet opnieuw beslissen.