ECLI:NL:RBALM:2005:AU5799
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- Drewes
- Vogel
- Groener
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijke veroordeling wegens seksuele handelingen met verstandelijk beperkte medewerksters
Verdachte, werkzaam als leidinggevende bij de DCW-bedrijven, heeft tussen 1994 en 1999 seksuele handelingen gepleegd met drie medewerksters met beperkte verstandelijke vermogens. De feiten omvatten onder meer het binnendringen van het lichaam en het betasten van de borsten van de slachtoffers, waarbij sprake was van misbruik van zijn positie en psychisch overwicht.
Hoewel een psychologische rapportage aanwijzingen gaf voor beperkingen bij verdachte op emotioneel, communicatief en sociaal gebied, oordeelde de rechtbank dat er onvoldoende bewijs was voor een ziekelijke stoornis die zijn strafbaarheid zou uitsluiten. Verdachte werd daarom als licht verminderd toerekeningsvatbaar beschouwd, maar wel met opzet gehandeld.
De officier van justitie had vrijspraak gevorderd vanwege deze beperkingen, maar de rechtbank verwierp dit en veroordeelde verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met reclasseringstoezicht. Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot betaling van voorschotten op schadevergoedingen aan de slachtoffers. De rechtbank wees enkele vorderingen af wegens onvoldoende onderbouwing en bepaalde dat bepaalde schadevorderingen slechts bij de burgerlijke rechter kunnen worden ingediend.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot zes maanden voorwaardelijke gevangenisstraf en betaling van schadevergoedingen aan slachtoffers.