ECLI:NL:RBALM:2005:AU6160
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.H. van der Veer
- Rechtspraak.nl
Nietigheid aandelenleaseovereenkomst wegens strijd met Wet op het consumentenkrediet
De zaak betreft een aandelenleaseovereenkomst tussen Dexia Bank Nederland N.V. en een particuliere wederpartij, waarbij Dexia geld ter beschikking stelde en aandelen aankocht ten behoeve van de wederpartij. De overeenkomst werd gekwalificeerd als een krediettransactie onder de Wet op het consumentenkrediet (WCK).
De rechtbank oordeelde dat Dexia ten tijde van het aangaan van de overeenkomst niet beschikte over de vereiste WCK-vergunning, waardoor de overeenkomst nietig is wegens strijd met een dwingende wetsbepaling. Dit betekent dat de wederzijds verrichte prestaties als onverschuldigd moeten worden terugbetaald.
Hoewel de overeenkomst nietig is, achtte de rechtbank het onaanvaardbaar dat Dexia volledig nadeel zou lijden, mede gelet op redelijkheid en billijkheid. Daarom werd bepaald dat partijen ieder de helft van het saldo van de restschuld en betaalde rente dragen.
De vordering van Dexia tot betaling van de restschuld werd afgewezen, terwijl de reconventionele vordering van de wederpartij tot terugbetaling van rente gedeeltelijk werd toegewezen. Dexia werd veroordeeld tot betaling van € 1.402,78 vermeerderd met wettelijke rente en tot betaling van proceskosten.
Het vonnis werd uitgesproken door mr. J.H. van der Veer op 23 maart 2005 te Almelo.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van Dexia af en veroordeelt Dexia tot gedeeltelijke terugbetaling van rente aan de wederpartij.