ECLI:NL:RBALM:2005:AU6281
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- Inden
- Rechtspraak.nl
Opheffing conservatoir beslag op gelden en aandelen wegens ondeugdelijkheid vordering
In deze zaak vordert eiseres, een besloten vennootschap, opheffing van conservatoir beslag dat door gedaagde op haar gelden en aandelen is gelegd. De beslagen zijn gelegd naar aanleiding van een geschil over de definitieve koopprijs van aandelen in een andere vennootschap, waarbij partijen verschillen van mening zijn over de hoogte van de koopsom en de toepassing van een bindend advies.
De rechtbank stelt vast dat gedaagde geen vordering op eiseres heeft die summierlijk aannemelijk is, mede omdat de bindend adviesprocedure door gedaagde is geaccepteerd en de uitkomst daarvan een negatieve koopprijs oplevert. De vordering van gedaagde op eiseres wordt daarom niet onderbouwd geacht, zodat het beslag op gelden en aandelen ter verzekering van verhaal moet worden opgeheven.
Echter, het beslag op de aandelen in de vennootschap B. blijft gehandhaafd omdat gedaagde in de bodemprocedure ontbinding van de koopovereenkomst zal vorderen, wat kan leiden tot teruglevering van de aandelen. De rechtbank oordeelt dat het belang van gedaagde bij zekerheid voor teruglevering prevaleert boven de belangen van eiseres bij opheffing van het beslag.
De rechtbank veroordeelt gedaagde in de proceskosten en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het conservatoir beslag op gelden wordt opgeheven, het beslag op aandelen blijft gehandhaafd.