ECLI:NL:RBALM:2006:AU9010

Rechtbank Almelo

Datum uitspraak
3 januari 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
08/700077-05
Instantie
Rechtbank Almelo
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • Derks
  • Wentink
  • Groener
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 onder B OpiumwetArt. 11 lid 2 OpiumwetArt. 47 lid 1 Wetboek van StrafrechtArt. 10 Wetboek van StrafrechtArt. 27 Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor productie en handel in hennepplantages onder dekmantel glazenwasserbedrijf

De rechtbank Almelo heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 20 maanden wegens medeplegen van het op grote schaal telen, bereiden en afleveren van hennepplanten. Dit gebeurde onder de dekmantel van een glazenwasserbedrijf verspreid over meerdere locaties, waaronder particuliere woningen.

De activiteiten hadden een hoog bedrijfsmatig karakter, met professionele installateurs die onder meer elektriciteit aftapten buiten de meter om en storingen verhelpten. Verdachte en zijn mededaders produceerden tienduizenden hennepstekjes en leverden duizenden hennepplanten aan de tussenhandel.

De rechtbank achtte bewezen dat verdachte opzettelijk handelde in de uitoefening van een bedrijf, in strijd met de Opiumwet. De ernst van de feiten en het bedrijfsmatige karakter leidden tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Daarnaast werden bepaalde inbeslaggenomen goederen verbeurd verklaard en onttrokken aan het verkeer, rekening houdend met de draagkracht van verdachte.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 20 maanden gevangenisstraf voor medeplegen van grootschalige hennepteelt en levering aan de tussenhandel.

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO
Parketnummer: 08/700077-05
STRAFVONNIS
Uitspraak: 3 januari 2006
De rechtbank te Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo, tegen:
[verdachte],
geboren te [plaats] op [datum] 1965,
wonende te Almelo,
thans verblijvende in het huis van bewaring
te [plaats]
terechtstaande -na vordering nadere omschrijving tenlastelegging conform artikel 314a Wetboek van Strafvordering gedaan ter terechtzitting van 20 december 2005- terzake dat:
hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 01
januari 2002 tot en met 09 mei 2005
te Almelo en/of te Lochem en/of te Hengelo (O), en/althans (elders) in
Nederland
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
(telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt
en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,
in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,
(telkens) hoeveelheden hennep en/of (telkens) een groot aantal hennepplanten
en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30
gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op
de bij de Opiumwet behorende lijst II,
terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) telkens daarbij opzettelijk
handelden in de uitoefening van een beroep of bedrijf;
art 3 lid 1 ahf Pro/ond B Opiumwet
art 11 lid 2 Opiumwet Pro
art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht
art 3 lid 1 ahf Pro/ond C Opiumwet
Gezien de stukken;
Gelet op het onderzoek ter terechtzitting;
Gehoord de vordering van de officier van justitie;
Gelet op de verdediging door en namens verdachte gevoerd;
De rechtbank heeft de in de tenlastelegging begane kennelijke schrijffouten verbeterd, in de bewezenverklaring.
Verdachte wordt daardoor in zijn verdediging niet geschaad.
De rechtbank is door de inhoud van wettige bewijsmiddelen –welke in de gevallen waarin de wet aanvulling van dit (verkorte) vonnis met de bewijsmiddelen vereist, in aan dit vonnis te hechten bijlage zullen worden opgenomen- waarop na te melden beslissing steunt, tot de overtuiging gekomen en acht wettig bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op tijdstippen in de periode van 01 januari 2002 tot en met 09 mei 2005
te Almelo en te Lochem en te Hengelo (O), en (elders) in Nederland
tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft geteeld en bereid en bewerkt en verwerkt en verkocht en afgeleverd en vervoerd, hoeveelheden hennep en/of een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, terwijl verdachte en zijn mededaders telkens daarbij opzettelijk handelden in de uitoefening van een bedrijf;
Tot deze beslissing geven reden de in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandigheden, waarbij de inhoud van die bewijsmiddelen telkens alleen is gebezigd tot bewijs van het telastegelegde feit, waarop deze inhoud in het bijzonder betrekking heeft.
De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken.
Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:
"Medeplegen van: in de uitoefening van een bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod", meermalen gepleegd;
strafbaar gesteld bij artikel 11 van Pro de Opiumwet juncto artikel 47 van Pro het Wetboek van Strafrecht;
De verdachte is strafbaar, aangezien niet is gebleken van een zijn strafbaarheid uitsluitende omstandigheid.
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte, wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 27 maanden onvoorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest,
en met verbeurdverklaring en onttrekking aan het verkeer en teruggave aan verdachte van inbeslaggenomen voorwerpen, zoals op de door hem overgelegde lijst van inbeslaggenomen voorwerpen is aangegeven door middel van respectievelijk een V, een O en een T, terwijl geen beslissing hoeft te volgen ten aanzien van de voorwerpen op die lijst die zijn gemerkt met een X.
De rechtbank overweegt wat de straf betreft, dat op grond van de aard van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd en de persoon van verdachte, zoals één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, aan verdachte de straf behoort te worden opgelegd, zoals deze hierna zal worden bepaald, waarbij nog het volgende is overwogen:
verdachte heeft samen met anderen gedurende meerdere jaren kennelijk mede onder de dekmantel van het glazenwasserbedrijf op diverse plaatsen en grotendeels bij particulieren een groot aantal hennepplantages opgericht en in werking gehad, kennelijk met het oog op fors financieel gewin.
De werkzaamheden hadden een hoog bedrijfsmatig gehalte, gelet op de beschikbare installateurs/monteurs die mede het aftappen van elektriciteit buiten de meter om regelden en die storingen verhielpen en mede gelet op het kloongehalte en het knip- en drooggedeelte van het illegale bedrijf.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat verdachte en zijn mededaders meerdere tienduizenden hennepstekjes hebben geproduceerd en meerdere duizenden
hennepplanten als eindproduct hebben afgeleverd aan de tussenhandel.
Gelet op de ernst van de feiten en ter norminprenting aan verdachte en normhandhaving, is naar het oordeel van de rechtbank, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur op zijn plaats
De rechtbank heeft bij de verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen goederen in aanmerking genomen de draagkracht van verdachte.
[motivering verbeurdverklaring en onttrekking (bij appèl).]
De na te melden straf en maatregel zijn gegrond, behalve op voormelde artikelen, op de artikelen 10, 27, 33, 33a, 36b, 36c, 57, 91 van het Wetboek van Strafrecht.
R E C H T D O E N D E:
Verklaart bewezen, dat het tenlastegelegde zoals boven omschreven door verdachte is begaan.
Verstaat, dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven vermeld.
Verklaart verdachte strafbaar.
Veroordeelt verdachte ter zake daarvan tot een gevangenisstraf voor de tijd van
twintig maanden.
Beveelt dat de tijd, die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.
Verklaart verbeurd de inbeslaggenomen voorwerpen die met een “V” zijn gemerkt op de aan dit vonnis gehechte lijst.
Verklaart onttrokken aan het verkeer de inbeslaggenomen voorwerpen die met een
“O” zijn gemerkt op de aan dit vonnis gehechte lijst.
Gelast de terugave van de inbeslaggenomen voorwerpen aan verdachte, die met een
“T” zijn gemerkt op de aan dit vonnis gehechte lijst.
Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;
Aldus gewezen door mr. Derks, voorzitter, mrs. Wentink en Groener, rechters, in tegenwoordigheid van Van Putten, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 3 januari 2006.